Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer dus de innerlijke drang tot verwerving van bezit aanwezig is, daar zijn de voorwaarden tot het doen slagen van die begeerte eveneens in het oeconomischleven voorhanden, zoowel in het Groot-Hertogdom Baden als in Nederland. Dat het nadeel van eene vermogensopslorping, zooals de statistieken van de Katholieke legaten in Amsterdam bewijzen, aanzienlrjk is, moet aangenomen worden.Deze kapitalen worden aan eene productieve beleggingonthouden. Toch zou ook dat feit niet voldoende zijn om een zoo groot verschil in den oeconomischen toestand teweeg te brengen. De feiten moeten toegeschreven worden aan de innerlijke godsdienstige opvatting over vermogensverwerving, aan het ethische gevoel, dat zich tegen den geest van het geld verdienen verzet.

Het streven naar winst wordt volgens Katholiek standpunt aldus beschouwd *).

De geloovigen en geestelijken blijven min of meer vreemd staan tegenover deze wereldlijke (hijfkracht. Dit streven komt hun religieuzen zin voor als veel gevaarlijker en van grooter verleiding dan gewenscht en noodzakelijk is, hoogstens is het hun eene uitwendige aanleiding en stof tot religieuze verdienste. Innerlijk gewaardeerd, georganiseerd en in het Rijk Gods ingeschakeld wordt het niet: het blijft profaan, elkeen moet zich van dat streven verwijderd houden, om religieus werkzaam te kunnen zijn. Men houdt op dat te doen, zoodra men zich met zinnen en gedachten tot de uitoefening van een wereldsch beroep wendt. „Zooals het Christendom echter door zijn leer van de bestemming des menschen de ware arbeidzaamheid wekt en daardoor den waren welstand grondvest, zoo vermindert het door diezelfde leer het mateloos streven des menschen naar vergankelijke goederen en vreugden. De vergankelijke goederen en vreugden zijn het eenigste doel van het ongeloof, waarnaar de mensch te streven heeft. Zij zijn voor het geloof slechts het middel, dat hem dienen moet ter bereiking van zijne eeuwige bestemming"»).

Deze opvatting van den arbeid als zoodanig verzwakte van

vakopleiding in de eerste plaats aan de protestanten ten goede komt. Daar een godsdienststatistiek van de scholieren voor Nederland niet bestaat, kan geen vergelijking worden gemaakt. Voor Beieren en andere Duitsche Staten is eenzelfde resultaat aan den dag gekomen. Offenbacher; p. 17. l) Schell, Der Katholizismus als Prinzip des Fortschritts, p. 31. ) Von Ketteler, Bischof von Mainz, Die grossen sozialen Fragen der Gegenwart,

Sluiten