Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Katholieke zijde sinds eeuwen den drang tot het verwerven van vermogen en stoffelijke welvaart. De leer van Thomas van Aquino bevat de kern van deze opvatting. In 1879 door den Paus dringend ter bestudeering aanbevolen, brengt zij de waarde van het beschouwende leven weer boven die van het actieve leven sterk op den voorgrond ')>De drang naar vermogensverwerving als zoodanig is vijandig aan het ethisch-rehgieuze leven, zooals ook het particulier eigendom in streng-Katholieken zin niet gesanctionneerd wordt. „De Kathoheke kerk, wanneer zij van het eigendom des menschen spreekt en het beschermt, zal altijd de drie grondbeginselen, welke aan haar eigendomsbegrip ten grondslag liggen, voor oogen hebben, dat het ware en volledige eigendom alleen aan God toebehoort, dat den mensch slechts een vruchtgebruik wordt toegestaan, en dat de mensch verplicht is, bij het gebruik de van God bevolen wereldorde te erkennen. God heeft de natuur geschapen om alle menschen te voeden en dit doel moet bereikt worden. Daarom moet een iegelijk de vruchten van zijn; eigendom weer tot gemeengoed maken, om voor zoover hem dit mogelijk is, tot het bereiken van deze bestemming bij te dragen."

Nadat er nogmaals op gewezen wordt, dat mede-deelen van de aardsche goederen Gods wil is, wordt aan de arbeiders de tevredenheid met de bestaande toestanden-gepredikt. „Hoe grootsch en verheven is de geest eens arbeiders, die met verachting op rijkdom en uiterhjken glans ziet, die gevoelt, dat 's menschen waarde niet in rijkdom, maar in waarachtige deugd bestaat.... en die eindelijk, in de rust en vreugde van zijn geweten, in het geluk van zijn eenvoudig thuis, eene overgroote belooning vindt voor alle moeiten en arbeid zijns levens"1).

Deze opvatting heeft haar invloed op de oeconomische verhoudingen uitgeoefend. Het is dan ook geen toeval, wanneer de Badensche statistiek in de beroepstelling voor de Kathoheke groepen een zoo hoog percentage aan beroepen opgeeft, welke een rustig bestaan en een bescheiden, maar vast inkomen waarborgen. De onrustige, hoogerop brengende, gewaagde beroepen worden in hoofdzaak aan de protestanten overgelaten.

In de Katholieke landen heeft men zich aan den geest des tijds

*) G. Uhlhorn, Katholizismus en Protestantismus gegenüber der sozialen Frage. ook Max Weber, Die: Prot. Ethik und der Geist des KapitaUsmus, p. 43, noot. 2. *) Von Ketteler, Die grossen sozialen Fragen der Gegenwart.

Sluiten