Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

GODSDIENSTIGE ARMENZORG BUITEN DE KERK. I.

De wijkgebouwen.

Binnen de kerk zelf is het bewijs der onvolkomen hulp in den vorm eener poging om in deze onvolkomenheid te voorzien, aanwezig. Het duidelijkst kwam deze poging in de Ned. Hervormde kerk tot uiting.

Dit streven heeft tweeërleigestalte aangenomen. De eerste vindt men in de groeiende, zich in orthodoxe richting bewegende strooming, welke in het midden van de 19e eeuw naar een meer werkzaam godsdienstig leven streefde.

Deze geestesrichting trachtte zelf in te grijpen en hare opvattingen door de inwendige zending in daden om te zetten. Het gevolg hiervan binnen het kerkgenootschap was slechts eene zwakke reactie, die zich meer in geven van godsdienstonderwijs — bovendien nog in het vormen van wijkcommissies — en in de verspreiding van godsdienstige geschriften uitte. De Kerk nam tegenover die richting eene afwijzende houding aan — zij vreesde eene dissenterbeweging, trachtte die verschillende kleinere organisaties (zondagsscholen, wijkcommissies, enz.), binnen het kerkverband te brengen.

In 1860 nam één der Ned. Herv. predikanten >) zelf het initiatief. Bij zijne persoonlijke armenbezoeken ontroerden de vervreemding der armen van de kerk, hun verval en de alcoholellende hem dermate, dat hij door zijne energie de stichting van een gebouw in het dichtstbevolkte deel van Amsterdam wist tot stand te brengen, waar van stonde af aan een invloed ten goede

De wijkge bouwen.

*) Dr. Adama van Scheltema. Zie o.a. Eigen Haard 6—13 Maart 1909.

Sluiten