Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorspronkelijke gedachte, welke tot stichting van deze centra aanleiding gaf, vast te houden.

Deze wijkgebouwen zijn hulplokalen van de predikanten en organen van eene welwillende, maar technisch weinig geschoolde armenzorg geworden. De inkomsten zijn dikwijls alleen aan den persoonlijken invloed van den predikant te danken.

De primaire voorwaarden tot eene doelmatige ondersteuning — organisatie en contact met de andere organen, nauwkeurig onderzoek en contróle, enz. — zijn slechts gebrekkig vervuld. Daarbij is de evangelistische arbeid op den achtergrond geraakt en bepaalt zich hoofdzakelijk tot kinderonderwijs en huisbezoek bij moeders en zieken *).

Slechts in één wijkgebouw werd eene wekelijksche samenkomst voor het volk gehouden, waar kleine preeken door Godsdienstonderwijzers uitgesproken worden — nieuwe middelen om het volk daarheen te lokken worden niet aangewend1).

De krachtige opwelcking, die omstreeks 1860 gegeven werd, de volkomen toewijding, de groote impuls tot doelmatig werk voor het volk, te midden van het volk, het breken met verouderde gewoonten — het heeft zich alles niet staande kunnen houden. De beweging is ingedommeld, teruggevallen op oude vormen, welke voor het volk iedere aantrekkingskracht verloren hebben. De arbeidersbeweging, welke met het naderen van 1870 begon, heeft langzamerhand het zelfbewustzijn en daarmee de daadkracht van den arbeider opgewekt; deze zijn met zulke zwakke middelen niet meer te bereiken.

De hulp in materieelen nood is nu hoofdzaak der werkzaamheden geworden*).

*) In de wijk van den toenmaligen predikant dr. L. v. B. waren in 1912 eene Godsdienstonderwijzeres en een Evangelist werkzaam. Deze bezoeken alle leden der Ned. Herv. kerk, die in deze wijk wonen. De dubbele plaats van een predikant in Amsterdam als herder van zijn gemeente, die dus voor iedereen toegankelijk is, en als speciaal hoofd van een veel te groote wijk brengt eene overlading met werk en eene veel te groote uitbreiding van den werkkring mede, zoodat voor huisbezoek, enz., geen tijd meer overblijft.

*) In 1889 opende de Herst. Ev. Luth. kerk een Inwendig Zendingsgebouw, in 1910 werd besloten tot de stichting van een wijkgebouw voor denEvangelisatiearbeid, waar speciale collecten gehouden worden.

') Hoezeer de organen der Kerk door den drang der omstandigheden van hunne oorspronkelijke bestemming afwijken kan uit het wekelijks verschijnend Predikbeurtenblad blijken, waar alle kerkelijke berichten in opgenomen worden. Geheele kolommen zijn met mededeelingen van de predikanten gevuld, die hunne lezers om de meest uiteenloopende zaken vragen: om kinderkleeding, naaimachines, kachels, kussens,

Sluiten