Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De financieele

organisatie.

De bedeelden.

een goed georganiseerd armbestuur en het feit, dat hare leden met de armen, juist waar deze midden in het leven staan en met alle sociale en oeconomische moeilijkheden te kampen hebben, in aanraking komen, heeft ten gevolge gehad, dat binnen deze organisatie speciale afdeelingen gevormd zijn, welke zich aan de behoeften aanpassen.

Daartoe behooren de scholen (kosteloos), welke ± 4 000 leerlingen1) omvatten, een arbeidsbeurs voor ongeschoolden, een bibliotheek, eene afdeehng speciaal ten behoeve van de kinderwetten, een volkskeuken, kostelooze rechtsbijstand, enz., enz.

Het principe der decentralisatie beheerscht deze organisatie. De 20 Conferenties in de stad tellen tezamen ± 400 leden"). Ieder lid mag niet meer dan 6 gezinnen onder zijne bescherming nemen. De leden werken geheel zelfstandig. Zij zijn verplicht, twee aan twee, ieder gezin éénmaal per week te bezoeken en het bezoek mag niet minder dan 20 minuten duren.

Eene eigenaardigheid, welke de Vincentius Vereeniging van alle andere Liefdadigheidsvereenigingen onderscheidt, ligt in hare financieele organisatie.

De liefdadigheid moet uit eigen beurs bestreden worden, de leden brengen zelf zooveel mogelijk de middelen daartoe bijeen, terwijl alle andere hefdadigheidsveréenigingen voor het overgroote deel hare middelen van niet-bezoekers verkrijgen").

De Vereeniging kapitaliseert niet, moet echter, evenals alle Kathoheke Vereenigingen, aan denBisschop rekening en verantwoording doen, evenals aan den Hoofd-Raad te Parijs. Slechts voor de scholen is kapitaalbelegging een vereischte en ook hiervoor bestaan de strengste voorschriften.

Het gehalte harer bedeelden is, wat den oeconomischen toestand betreft, gelijk aan die van de kerkelijke armenzorg, het zijn de ongeschoolden, die door allerlei redenen behoeftig geworden zijn; slechts worden door de Vincentius Vereeniging juist diegenen opgenomen, die zedelijke hulp behoeven en derhalve van kerkelijke ondersteuning buitengesloten zijn.

Die twee groepen hulpbehoevenden vinden dus twee corres-

•) 4.050 in 1917.

2) 40a in 1917.

3) Hoe in de practijk deze verhouding is, is niet bekend. De Vereeniging ontvangt namelijk ook hare gelden uit collecten, schenkingen, legaten en jaarlijksche bijdragen.

Sluiten