Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwervende kinderen en menschen is geworden, zoodat niemand meer den nacht op een politiebureau of op straat behoeft door te brengen, maar gereinigd, gevoed en verwarmd een weldadige nachtrust kan genieten.

Amsterdam, een concentratiepunt en een gistend centrum van alle mogelijke oeconomische en menschelijke prikkels, heeft voor de hulpbehoevende of gevaarloopende jeugd een tegenovergestelde beweging ingeluid. Dit is een eerste kenmerk van vele particuliere vereenigingen.

Alle vereenigingen streven naar verwijdering van deze elementen uit Amsterdam. Zij werden óf in gezinnen op het platteland gebracht, óf daar in eigen inrichtingen of van andere vereenigingen verpleegd. Straalsgewijze heeft Amsterdam over het geheele land zijne verbindingen uitgebreid. Deze vormen een haast niet te ontwarren aantal knooppunten.

Het is daarom schier onmogelijk een overzicht te verkrijgen van het aantal Amsterdamsche kinderen, dat op het land wordt verpleegd. Eveneens is een overzicht van de kosten, welke de Amsterdammers daarvoor besteden, niet vast te stellen. Velen dragen bij voor inrichtingen buiten de stad; eenige van deze hebben subcomité's te Amsterdam met eigen boekhouding. Men kan dus de door Amsterdam gedragen kosten niet scherp bepalen: de middelen stroomen van alle kanten uit Amsterdam het platteland toe.

De eigenaardige loop der bevolking brengt dus ook voor deze hulpbehoevenden een cirkelgang mede. Van het platteland naar de stad gedreven, na korten of langen tijd onder de hulpbehoevenden opgenomen, verplaatst deze politiek de tweede of derde generatie weer naar het platteland en bewerkt aldus menigmaal, hen daar weer voorgoed te vestigen.

Voor de geheele particuliere weldadigheid is de aandacht, welke aan de jonge generatie gewijd wordt het meest opmerkelijk, vooral voor de zedelijke bedreigde jeugd treedt zij het krachtigst op den voorgrond.

Een tweede kenmerk van alle vereenigingen is haar geldgebrek. De versnippering van de weldadigheid splitst ook den stroom der liefdadige gevers in tallooze, kleine beekjes.

Een soort concurrentie in het oprichten veroorzaakt steeds, dat de laatste organisatie ten nadeele van de voorafgaande de

Sluiten