Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldmiddelen tot zich trekt, tot ook deze voor een opvolger het onderspit moet delven.

Zij, die de geldmiddelen moeten verschaffen, worden zelf door het groote aantal gelijke of gelijksoortige vereenigingen op een dwaalspoor gebracht. Een overzicht van hetgeen feitelijk in de particuhere armenzorg gebeurt, is zoo moeilijk en met zooveel werk verbonden, dat de gemiddelde gever in deze verwarring dikwijls aan het niet-geven of aan het geven op eigen gelegenheid de voorkeur schenkt *).

Deze versnippering werkt echter het ontstaan van vefe kleine onbetrouwbare vereenigingen, die ten eigen bate cóllecteeren, in de hand. Een collecte moet 3 maal 24 uur schriftelijk bij Burgemeester en Wethouders aangekondigd worden *). Deze kunnen de collecte stuiten. Deze regeling belet in eene groote stad niet, dat talrijke collecten gehouden worden, die niet verder worden onderzocht, hoewel het gemeentebestuur verplicht is, zich van de waarheid der "feiten te overtuigen en een onderzoek naar de betrokken personen en hunne gedragingen in te stellen*).

Er had zich in het weldadigheidsleven langzamerhand een gilde van beroepscollectanten gevormd; velen werden vroeger gebruikt bij kerkelijke collecten en ook door particuliere vereenigingen in dienst genomen. Zij kregen dan percenten. Eene groote, goed georganiseerde particuhere vereeniging bv. gaf vroeger als loon 50 percent van de inkomsten aan de collectanten.

Deze onbetrouwbare elementen constitueerden en constitueeren zich altijd nog als weldadigheidsvereeniging, om op eigen hand de „goede adressen" te exploiteeren. Deze vereenigingen vertakken zich tot in het oneindige. Gewoonlijk komt er vroeg of laat een oneerlijke kasbeheerder, die vervolgens uit de vereeniging gebannen wordt en dan zelf begint —vooral de kroeghou-

*) Daartegen wordt bijzonder sterk geijverd, betgeen ook het gelukkig resultaat heeft, dat de vereeniging Liefdadigheid naar Vermogen hoe langer hoe meer met het onderzoeken en ondersteunen voor rekening van anderen belast wordt. Voor H. M. de Koningin werden in 1908 681, in 1914 365 gevallen onderzocht. Voor rekening van particulieren werd met een som van ruim f 30.000 steun verleend, in 1914 voor f 50.000.

*) Art. 15 Armenwet 1913.

') Schrijfster heeft in 1912 een half dozijn weldadigheidsvereenigingen ontdekt, die wel rechtspersoonlijkheid verkregen hadden, doch in de wettelijke lijst niet ingeschreven waren. Het is duidelijk, dat deze reden hadden, om zich verborgen te houden, eveneens ligt voor de hand, dat daarin voor hen een onrechtmatig financieel voordeel moet hebben gelegen.

Sluiten