Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ders treden dikwijls als periningmeesters op. Deze vereenigingen nemen wederom eigen collectanten in dienst, die het grootste deel der inkomsten voor zich houden. Het komt voor, dat deze door hun eigen vrienden bij de politie aangegeven worden, wanneer hun aandeel al te groot wordt. De collectanten bezitten zelfs spoorwegabonnementen, om den omtrek van Amsterdam te exploiteeren.

Op die manier komt een zeer aanzienlijke som, die jaarlijks voor kefdadige doeleinden gegeven wordt, in de zakken van deze schadelijke elementen terecht1).

Niet alleen het misbruik, dat van de goedgeloovigheid der burgers gemaakt wordt, is te betreuren. In de practijk worden bovendien diegenen, bij wie wegens hun mildheid steeds meer aangeklopt wordt, door het veel te groote aantal aanvragen verhinderd aan deze behoorlijk hun aandacht te wijden. De belangstelling wordt door die veelheid verslapt. Het resultaat is, dat alle vereenigingen noodlijdend zijn en de taak, welke zij zich gesteld hebben, slechts in zeer beperkte mate kunnen vervullen. Zeer velen wijzen telken jare een debet in haar balans aan. Daardoor zijn zij gedwongen een groot aantal hulpbehoevenden weg te zenden, Welke zij volgens hare reglementen hadden moeten en willen helpen. Het aantal weggezondenen is niet geheel vast te stellen. De meeste vereenigingen schatten het aantal op „zeer velen".

Dientengevolge heeft eene afschuiving plaats. Ieder tracht de talrijke elementen, die verre boven haar krachten gaan, weer kwijt te geraken.

Het is duidelijk, dat de beste bedoelingen en het voorbeeldigste plan een deel van hare groote waarde voor de armenzorg moeten verhezen, indien zij, afgezien van haar grooten, geestelijken invloed, in het kader van een ongeorganiseerde, onstelselmatige armenzorg moeten werken.

Op geen enkel gebied valt de desorganisatie zoozeer te duchten als juist in de armenzorg, geen hulpverleening doet sneller de psychische waarde van den mensch dalen dan zij. Wanneer hare

>) De Vereeniging Liefdadigheid naar Vermogen deelde o.a. in haar jaarverslag van 1907 mee, dat haar meer en meer ge vallen bekend waren ge worden, waarbij de inkomsten tot 100 procent toe in de zakken van de collectanten en bestuursleden vloeiden.

Sluiten