Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche armen.

Van de bijna duizend Godshuizen is de helft kerkelijk, de Burgerlijke en particuhere armenzorg tellen resp. twee- en driehonderd van die instellingen.

De ziekenzorg in ziekenhuizen heeft het overwicht aan particuhere zijde1).

Vervolgens zijn er nog een aantal instellingen tot werkverschaffing, tot ondersteuning van kraamvrouwen of uitdeelingen in den winter, tezamen een driehonderdtal. Buitendien moet men hiertoe een groot aantal onbekende vereenigingen of spontane hulpverleeningen rekenen, wier aantal niet te schatten is.

Al deze krachten bewegen zich voort op eigen wegen. De armenmassa vloeit samen bij de tallooze alleenstaande instellingen, zij beweegt zich langs de wegen van Nederland, trekt naar deze stad, gene stad, draagt met zich heel de lange lijst van hare lotgevallen, heel het wonder samenstel van hare psychische en moreele eigenschappen.

Zij wordt medegetrokken door krachtige sociale invloeden, door de macht van de zich ontwikkelende industrie, van den landbouw, van handel en verkeer.

Zij blijft echter een onontwarbaar kluwen, zoolang de Nederlandsche samenleving haar ondoorvorscht bestaan aan zich voorbij laat glijden.

Haar omvang schijnt zeer groot.

Het aantal armen, door voortdurende ziekte of gebreken en door ouderdom annlastig') zouden eene stad van de grootte van Haarlem geheel alleen kunnen bevolken.

De steden Groningen, Leiden, Delft en Dordrecht zijn tezamen nog niet ruim genoeg om het totaal der bedeelden') over één jaar te bevatten.

Daarnevens is het aantal oude lieden, gebrekkigen, kinderen en andere hulpbehoevenden, welke in de Godshuizen verpleegd worden nog te talrijk4) om eene stad als Leeuwarden te kunnen bewonen *).

De onderlinge samenhang van Nederland met zijn centrum,

') 25 Burgerlijke instellingen, 32 Kerkelijke instellingen, 57 Particuliere instellingen, 4 Gemengde instellingen (1914). 2) 70.000.

') 235.000. Hoeveel deze getallen zouden verminderen door er de dubbeltellingen af te trekken is niet bij benadering te zeggen, 4) 43.000.

e) Statistiek van het armwezen 1914. Centraal Bur. v. d. Statistiek. De oorlogsjaren blijven buiten beschouwing.

Sluiten