Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE I.

VOORNAAMSTE ARTIKELEN VAN DE ARMENWET 1912. Wet van den 27sten April 1912, S. 165, tot regeling van het armbestuur. HOOFDSTUK I.

ALGEMEENE BEPALINGEN.

Art. i.i. Instellingen van weldadigheid in den zin van deze wet zijn die, welke armenverzorging, in of buiten gestichten, voortdurend ten doel hebben.

2 Instellingen, welke tevens andere doeleinden beoogen, worden als imtellingen van weldadigbeid beschouwd, voor zooveel zij het doel, omschreven in het eerste lid, beoogen. ... ...

Art. 3. 1. In iedere gemeente wordt van alle daarin gevestigde instellingen van weldadigheid door Burgemeester en Wethouders eene lijst opgemaakt en bijgehouden naar de onderscheidingen, in art. 2 vermeld, en met inachtneming van te dier zake ingevolge het tweede lid van dit artikel, ingevolge het eerste lid van art. 4 of mgevolge art 76 genomen beslissingen. Op die lijst wordt mede vermeld het door iedere instelling beoogde bijzondere doel. Een afschrift van die lijst wordt gezonden aan den armenraad. . ..

2 Gedeputeerde Staten kunnen bij een, met redenen omkleed, besluit inschrijving en rangschikking van eene instelling op die lijst gelasten. De rangscllikking van eene instelling wordt niet gewijzigd dan onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Bij hunne besluiten krachtens dit artikel nemen zij de beslissingen in acht, ingevolge art. 76 genomen.

3 Van eene inschrijving en van eene rangschikking wordt, onder mededeehng van de gronden, waarop de inschrijving en de rangschikking steunen, door Burgemeester en Wethouders binnen acht dagen schriftelijk kennis gegeven aan het bestuur der insteUing. Burgemeester en Wethouders brengen eene inschrijving bovendien op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis onder bijvoeging van de dagteekening der inschrijving."

Art. 4. 1. Eene instelling, die is ingeschreven op de m art. 3 bedoelde last, wordt daarvan door Burgemeester en Wethouders niet geschrapt dan bij met redenen omkleed besluit en onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, tenzij wanneer de instelling is opgeheven of ingevolge art. 76 is beslist, dat zij niet eene instelling van weldadigheid is of zij, indien de wet van 22 April 1855 (Staatsblad n°. 32) op haar van toepassing is, door den burgerlijken rechter van hare hoedanigheid van rechtspersoon vervallen is verklaard. Gedeputeerde Staten kunnen bij een, met redenen omkleed, besluit schrapping van eene instelling van de lijst gelasten.

2 Burgemeester en Wethouders brengen de schrapping van eene instelling op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis onder bijvoeging van de dagteekening der schrapping. Zij geven bovendien van iedere wijziging van de lijst kennis aan den armenraad.

Art 5. 1. Het voorkomen op de lijst, bedoeld in art. 3, brengt mede de hoedanigheid van rechtspersoon voor zoodanige instellingen, welke niet uit anderen hoofde die hoedanigheid bezitten of ten aanzien van het verkrijgen van die hoedanigheid en de vervaUen-verldaring daarvan aan de bepalingen van eene andere wet zijn onderworpen.

Sluiten