Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Art. i, tweede lid, vindt in zooverre geen toepassing, dat de hoedanigheid van rechtspersoon aan de instelling in haar geheel toekomt.

Art. 6. 1. Van de oprichting van eene instelling van weldadigheid wordt binnen drie maanden na de oprichting door het bestuur schriftelijk kennis gegeven aan den armenraad en bovendien ,voor zooveel betreft kerkelijke en bijzondere instellingen, aan Burgermeester en Wethouders.

2. Binnen 30 dagen na de vaststelling worden aan het college, aan hetwelk de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, moet worden gedaan, overgelegd de statuten, de stichtingsbrief of het reglement van de instelling.

3. Wijziging van de statuten of van het reglement van eene op de lijst, bedoeld in -ri. 3, geplaatste instelling, of wijziging van zoodanige instelling krachtens den stichtingsbrief wordt binnen dertig dagen, nadat zij tot stand is gekomen, door het bestuur medegedeeld aan den armenraad en bovendien, voor zooveel betreft kerkelijke en bijzondere instellingen, aan Burgemeester en Wethouders.

Art. 8. 1. Indien het doel van eene instelling van weldadigheid is vervallen, wordt het gebruik van hare bezittingen en inkomsten, zoo in de statuten of in den stichtingsbrief niet in het geval is, voorzien of het daarin aangegeven vervangend doel mede is vervallen, tot eene andere, aan de laatstbeoogde zoo nabij mogelijk komende bestemming geregeld ten aanzien van:

a. eene burgerlijke instelling door de burgerlijke overheid, door of vanwege welke zij bestuurd wordt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten;

b. eene kerkelijke instelling door het bevoegde bestuur;

c. eene bijzondere instelling door de oprichters, en, bij ontstentenis of onbekendheid van deze, door de bestuurders, in het laatste geval onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten;

d. eene gemengde instelling door de bevoegde burgerlijke overheid en het bevoegd kerkelijk of bijzonder bestuur gezamenlijk, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

2. Het bepaalde in het eerste lid is mede van toepassing, indien de werking van de bepalingen van den stichtingsbrief aangaande het doel van eene stichting moet worden geacht niet meer te beantwoorden aan het oogmerk van den stichter, met dien verstande evenwel, dat de regeling van het gebruik van de bezittingen en inkomsten in alle gevallen niet plaats heeft zonder Onze vooraf verkregen toestemming. De Raad van State wordt door Ons gehoord.

Art. 12. 1. De armenraad of de beheerder van het register van inlichtingen en, bij gebreke daarvan, Burgemeester en Wethouders wenden zich op verzoek van het bestuur van eene instelling van weldadigheid, bij welke door een arme ondersteuning is gevraagd, tot de besturen van de instellingen van weldadigheid, van welke redelijkerwijze vermoed kan worden, dat de arme aan haar steun heeft kunnen verzoeken, met de vraag, of aan dien arme door die besturen ondersteuning wordt gegeven en, zoo ja, in welken vorm en tot welk bedrag. Bij gebreke van een armenraad, van een register van inlichtingen en van eene burger'ijke instelling, kunnen Burgemeester en Wethouders die vraag stellen met betrekking tot een arme, die aan hen ondersteuning heeft gevraagd. Op de vraag, bedoeld in de beide voorgaande zinsneden, wordt binnen eene week schriftelijk geantwoord. Indien het antwoord ontkennend luidt en na de inzending daarvan alsnog tot ondersteuning wordt besloten, wordt hiervan onder mededeeling van vorm en bedrag van de ondersteuning alsnog binnen eene week bericht gezonden aan den armenraad, aan den beheerder van het register van inlichtingen of aan den Burgemeester en Wethouders.

2. Het antwoord en het bericht worden door den armenraad, den beheerder of Burgemeester en Wethouders gebracht ter kennis van het bestuur, dat het verzoek heeft gedaan.

3. In eene gemeente waar geen armenraad en geen register van inlichtingen bestaat, worden door eene burgerlijke instelling van weldadigheid en, bij gebreke daarvan, door Burgemeester en Wethouders, desgevraagd, aan het bestuur van eene instelling van weldadigheid de in het eerste lid bedoelde inlichtingen verstrekt betreffende door die burgerlijke instelling of door Burgemeester en Wethouders ondersteunde armen.

Sluiten