Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk I

DE UITBOUW VAN HET SPOORWEGNET DOOR STAAT EN PARTICULIEREN TOT ONGEVEER 1883.

§ 1. Plannen tot uitbreiding van hef spoorwegnet door particuliere ondernemers; de vier overeenkomsten gesloten met de N. I. S. M.

In de § 12 van hoofdstuk I van deel III der Indische Spoorwegpolitiek werden de pogingen vermeld, welke door de N. I. S. M. werden aangewend om haar werkingssfeer uit te breiden, welke pogingen — in verband met de aanname van de wet van 6 April 1875, waarbij de aanleg van de lijn Soerabaja—Pasoeroean—Malang van Staatswege gelast werd, — werden afgewezen. (12 April d.a.v.).

Even later vroeg de Maatschappij bij brief van 21 Juli 1875 No. 596 aan de Nederlandsche Regeering of deze termen zou kunnen vinden, voorstellen in overweging te nemen omtrent uitbreiding van het spoorwegnet in Midden-Java, wanneer deze door de N.I.S.M. zouden worden ingediend. Het ministerieel antwoord, gedateerd 4 Aug. 1875 Lt. Az. No. 31, gaf hierop een bevestigend antwoord, zoodat de Maatschappij den 15den Sept. 1875 (No. 676) concrete voorstellen deed.

De brief is uit een oogpunt van algemeene spoorwegpolitiek te belangrijk om hem niet in zijn geheel af te drukken. (Bijlage I). Waar de tegenstanders van de N. I. S. M. niet nalieten om te wijzen op de h. i. te goedgunstige houding, welke door de Regeering tegenover die maatschappij ingenomen werd (men sla er de Kamerdebatten en de brochures van de Heeren Banck, van Vliet enz. slechts op na), is het ook wel goed daartegenover te stellen de meening, welke in dit opzicht bij den Raad van Beheer bestond.

De bedoelde voorstellen van de N. I. S. M. omvatten: le. wijziging van de bestaande concessie Semarang—Vorstenlanden, zoodanig dat daarin de lijn Solo—Madioen werd opgenomen, terwn'1 de spoorwegwn'dte versmald zou worden en 2e: concessie-verleening voor een spoorweg van Djokja naar Tjilatjap.

Het eerste voorstel kwam in het kort hierop neer, dat het spoor der lijn S.|V. versmald zou worden tot 1.067 Meter. De geraamde kosten zouden voor de eene helft (ƒ 1.000.000) door den Staat, voor de andere helft door de Maatschappij gedragen worden. Aan de Maatschappij zou concessie verleend worden voor een zijtak van Solo naar Madioen met een rentegarantie gedurende 32 jaren van 4V& % over 7|10 van het

Sluiten