Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„van overwegend belang is zich te verzekeren van de exploitatie der „verbinding tusschen Djokjokarta en Tjilatjap om zich te vrijwaren tegen „eventuele concurrentie met hare lijn van Djokjokarta naar Samarang, „kan zij ook een overwegend belang hebben bij de rigting over het Serajoe„gebergte maar het Staatsbelang zou voorhands voldoende behartigd wor„den door eene veel minder kostbare spoorwegverbinding.

„Evenwel ben ik niet ongezind om met terzijde stelling der aangeduide bezwaren, in onderhandeling te treden over het verleenen eener „concessie voor de lijn Djokjokarta—Tjilatjap in den geest van Uw „voorstel, wanneer de Maatschappij harerzijds le: bereid blijft om het „spoor" op de lijn Samarang—Vorstenlanden) te versmallen, indien de „Staat daartoe een nader te bepalen (maar in geen geval het bedrag „van ƒ 1 millioen te bovengaande) subsidie verleent; 2e: geneigd is om „hare regten op den spoorweg Batavia—Buitenzorg aanstonds aan den „Staat over te dragen.

„Uit Uwe missive van den 15en September leid ik af, dat de Maatschappij reeds bedacht is geweest op het sluiten eener overeenkomst met „den Staat betreffende de overdragt der lijn Batavia—Buitenzorg. Ik „mag dus onderstellen, dat de Maatschappij niet alleen gezind maar „ook reeds gereed is om het ontwerp eener zoodanige overeenkomst aan „de Regering aan te bieden. Is die onderstelling juist, dan zal ik gaarne „een ontwerp ontvangen gelijktijdig met Uw antwoord op de vraag, of „de twee voorwaarden, waarvan ik verdere onderhandelingen omtrent het „verleenen van de lijn Djokjokarta—Tjilatjap afhankelijk heb gemaakt, „door U * worden aangenomen".

Deze ministerieele brief gaf aanleiding tot een uitvoerige gedachtenwisseling. Den 20en Januari 1876 (No. 56) antwoordde de Raad van Beheer. Kort samengevat kwamen de voorstellen der N. I. S. M. op het volgende neer.

Aan de Maatschappij zou concessie verleend worden voor den aanleg en de exploitatie van een spoorweg Solo—Madicen. De aanlegkosten werden geraamd op ten hoogste ƒ 10.000.000.— hiervan zou de Staat de helft — dus vermoedelijk ƒ 5.000.000.— verstrekken, (minimum 4, maximum 6 millioen gulden). Voor dit bedrag zou de Staat onmiddellijk eigenaar van de Lijn Batavia—Buitenzorg worden. Voor de rest van het benoodigde kapitaal ad ƒ 5.000.000.— zou de Staat 5 % rente garandeeren, waardoor het bedrag der rentegarantie van ƒ 765.000.— op ƒ 1.015.000.— zou klimmen.

Mocht de lijn meer dan ƒ 10.000.000.— kosten dan zou de Maatschappij dus meer dan ƒ 5.000.000.— moeten leenen. In dat geval en wanneer de betaling van rente en aflossing van dat meerdere het dividend der aandeelhouders tot beneden 4^ % 's jaars zou doen dalen, zou de rente en aflossing tot een maximum van ƒ 125.000, ten laste van de exploitatierekening gebracht mogen worden. Van de j aarlij ksche exploi-

Sluiten