Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegens onvoltalligheid geen voortgang had kunnen hebben en bij Koninklijk Besluit van 19 April 1877 No. 25 de Ministers van Koloniën en Financiën gemachtigd waren de overeenkomsten aan te gaan.

Bij depêche van 26 April 1877 Lett. A 3 No. 1|934 werd de Indische Regeering van den stand van zaken kennis gegeven.

Den 13en Juni 1877 werden daarop de overeenkomsten geteekénd en de concessien verleend onder nadere goedkeuring van enkele artikelen bij de wet. Bij Koninklijke Boodschap van 27 Juli 1877 (Gedr. Stukken 1876 —77. 205 No's 1 tot en met 7 werden zij aan de Volksvertegenwoordiging aangeboden (bijlage III).

De opvolger van den afgetreden Minister van Koloniën Alting Mees zag den toestand donker in. Den 28sten November 1877 — dus nog voor het verschenen van het Voorloopig Verslag — schreef de voor de tweede maal als zoodanig opgetreden Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse (Lett. A 3 Kabinet no. 66 aan den GouverneurGeneraal :

„Voor zoover op dit oogenblik is na te gaan zijn de kansen op goedkeuring der nieuwe contracten gering. Worden zij verworpen dan wensch „ik aanstonds voor te stellen de geconcedeerde nieuwe lijnen voor reke„ning van den Staat aan te leggen".

De Minister werd hierbij geleid door verschillende stemmen in de pers. Zoo koos de Nieuwe Rotterdamsche Courant bijv. vierkant tegen de transactie stelling, terwijl o.a. ook in de Nederlandsche Mail van 12 en 19 October en 2 Nov. 1877 een scherpe aanval op de gesloten overeenkomsten gedaan werd.

Laatstgenoemde aanval kwam uit denzelfden koker als de anonieme brochure Spoorwegaanleg op Java. 7)

Na eene uitvoerige redeneering kwam de anonieme auteur ten aanzien van den aankoop der lijn Buitenzorg—Batavia tot de conclusie, dat de Staat voor ƒ 5.000.000.— een verkeerden koop dreigde te sluiten voor 58 K.M. spoorweg indien — zooals de schrijver aannam — bewezen was:

6) Het Ministerie Heemskerk Azn. — van Lynden van Sandenburg, .waarin de heer Mr. F. Alting Mees en Jhr. Mr. H. J. van der Heim zitting hadden, resp. als Ministers van Koloniën en Financiën, trad 3 November 1877 af wegens moeielijkheden in verband met het onderwijsvraagstuk. In het ministerie-Kappeyne van de Coppello, dat aan het bewind kwam, aanvaardden de heeren Mr. P. P. van den Bosse en Mr. J. G. Gleichman de portefeuilles van Koloniën en Financiën.

7) Spoorwegaanleg op Java. Het Wetsontwerp tot bekrachtiging van vier overeenkomsten tusschen den Staat en de Nederl.-Indische Spoorwegmaatschappij, den Haag 15 Sept 1877, Uitg. W. P. van Stockum 1877).

Schrijver was vermoedelijk de heer L. van Woudrichem van Vliet, die aanstonds weder een concessieaanvraag naar den Minister zond (zie later).

Zie ook de vinnige bestrijding in de anonieme brochure: Een nalezing — geen bloemlezing (den Haag. van Weelden en Mingelen 1878).

Sluiten