Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der zaak maakte, de post van ƒ 5.000.000, bestemd voor aankoop van de lijn Buitenzorg—Batavia bij Nota van Wijziging bereids van de Indische Begrooting voor 1878 teruggenomen, tegelijk met de gelden noodig voor aanleg van de staatslbnen Sidoardjo—Madioen en Batavia (Buitenzorg) —Preanger.

Bij enkele leden verwekte de indiening van het wetsvoorstel om de Indische begrooting te verhoogen o.a. met bedragen voor aanleg van de genoemde lijnen (Gedr. Stuk 1877—78. II. 131), voordat nog over de onderhandelingen met de N. I. S. M. een beslissing gevallen was ontstemming. Mr. W. Wintgens, afgevaardigde voor den Haag maakte zich tot tolk van de ontevredenen; in § 3 zal zulks uitvoerig ter sprake komen.

Nadat de Commissie van Rapporteurs dd. 3 Mei 1878 haar Eindverslag uitbracht (Gedr. St. 28 No. 3) kwam den 24en Mei 1878 het wetsvoorstel in behandeling.

De heer Mr. C. J. F. Mirandolle opende de discussies (Handelingen 1878—79 II bl. 893) sprak: „Mijnheer de Voorzitter! Ik zal mijne stem uitbrengen tegen dit ontwerp, maar ik wensch daaraan geene andere beteekenis te zien hechten dan die zij inderdaad bezit. Ik geloof toch dat de houding van den Minister het ons onmogelijk maakt anders dan tegen deze wet te stemmen. Men kan niet van ons verlangen dat wij onze stem zullen schenken aan een Regeringsvoordragt tot goedkeuring van overeenkomsten, waarvan de Regering de verantwoordelijkheid niet op zich wil nemen. Maar noch ik, noch mijne vrienden, die in dit opzigt mijn gevoelen deelen, willen geacht worden door dit votum de houding van den Minister goed te keuren, evenmin als zij de motiven onderschrijven die hem tot het aannemen van deze houding hebben geleid. Ik heb dus alleen het woord gevraagd om te constateren dat voor ons niets anders overblijft dan tegen deze wet te stemmen".

De heer Mr. H. C. Veruiers van der Loeff sprak: „Bij het zeer kort woord van den vorigen geachten spreker wensch ik een kort woord te voegen. Als ik hem wel verstaan heb, dan keurt hij èn voor zich èn voor zijne vrienden de houding af die de Ministers in deze hebben aangenomen. Daar ik nu, geluk ik hoop, de eer heb tot de vrienden van dien geachten spreker te behooren, acht ik mij verpligt zeer uitdrukkelijk te verklaren dat dan ik althans de houding der Regering geenszins afkeur, maar die integendeel van ganscher harte toejuich. De Ministers hebben ronduit verklaard dat zij de verantwoordelijkheid niet konden noch wilden op zich nemen voor op zulk eene wijze in elkaar gezette overeenkomsten. En daarmee vereenig ik mij ten volle. Ik zal dus óók tegen de wet stemmen, maar met uitdrukkelijke adhaesie aan de houding der Regering".

Sluiten