Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Mr, J. R. Corver Hooft vervolgde: Na de verklaring van den vorigen geachten spreker meen ik ook mijne stem te moeten motiveren. Ik zal stemmen tegen deze wet, omdat ik de daarbij bedoelde contracten afkeur, maar ik wil daardoor niet geacht worden de houding der Regering goed of af te keuren. Ik laat die houding buiten het debat".

Ten slotte sprak nog de heer Jhr. Mr. C. J. C. H. Rutgers van Rozenburg: „Ofschoon aanvankelijk niet voornemens over dit wetsontwerp het woord te voeren, heb ik het toch gevraagd alleen om de verklaring af te leggen dat ik niet deel de motiven van den geachten spreker uit Haarlem. 12) Vraagt men mij waarom, dan wensch ik die redenen niet op te geven, omdat ik het onnoodig en zelfs in het Staatsbelang beter acht die thans voor mij te houden. Genoeg zij het te constateren dat ik, tegen stemmende, dit doe om andere redenen dan die, opgegeven door den geachten spreker uit Haarlem".

De algemeene beraadslaging werd daarop gesloten, waarna het wetsontwerp tot bekrachtiging van eenige artikelen van vier met de Nederlandsen-Indische Spoorwegmaatschappij gesloten overeenkomsten, in stemming gebracht met algemeen stemmen werd verworpen.

Bij deze stemming waren afwezig de heeren: Reekers, van de Werk, Oldenhuis Gratama, van Zinnicq Bergmann, Insinger en Wintgens.

Zoo mislukte het eerste aankoopplan van de lijn Batavia—Buitenzorg door den Staat.

De teleurstelling bij de N. I. S. M. was groot. In het Verslag van den Raad van Beheer der N. L S. M. over het vijftiende boekjaar, het vijfde der concessie, aan de Algemeene vergadering van aandeelhouders, ingevolge art. 44 der statuten (den Haag 1878) wordt de verwerping op 24 Mei 1878 door de Tweede Kamer op bl. 4 vermeld, waarna volgt: „Het meest „worden daardoor benadeeld de streken waardoor de nieuwe wegen zouden "hebben geloopen; deze zullen nu zeker veel langer van het daar zoo noo",di«e vervoermiddel verstoken blijven. De landbouwondernemingen aan "de Lawoe en West Djokjokarta welke hunne producten wel altijd naar „Samarang moeten blijven afvoeren, zullen wanneer daar staatsspoorwegen met smalspoor worden aangelegd dit niet kunnen doen zonder overladen. Om deze tegemoet te komen hebben wij aangeboden daar spoorlijntjes met breedspoor te bouwen, zonder rentegarantie". 13)

Alvorens deze paragraaf te besluiten, zijn nog twee concessie-aanvragen te vermelden.

In de eerste plaats die van de Haagsche bankiers-firma C. Landry, welke voor zichzelve en voor de heeren D. «T. Pietermaat, W. E. van

12) Mr. C. J. F. Mirandolle. « 13) Zie Indische Spoorwegpolitiek deel I Hoofdstuk II § 1. bl. 83.

Sluiten