Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Charante, E. Rose, W. C. F. Daumiller, Jhr. J. C. A. van Haeften en Mr. H. M. Meertens concessie met rentegarantie aanvroeg voor een spoorweg van Batavia naar Tjilatjap, van haven tot haven.

Met het oog op den voorgenomen staatsaanleg werd hierop afwijzend beschikt.

In de tweede plaats de aanvraag van den heer L. van Woudrichem van Vliet dd. 21 Januari 1878 voor aanleg van een stelsel van spoorwegen (zie bijlage VI) 14) welk verzoek werd afgewezen, nadat de wet tot aanleg van staatsspoorwegen (zie §§ 2 en 3 hierna) afgekondigd was geworden. Bij de aanvrage van den heer van Vliet was, als bijlage overgelegd een brief van den heer P. J. Landrij, welke in bijl. VI wordt aangetroffen.

14) Zie de brochure: Over spoorweguitbreiding op Java door L. van Woudrichem van Vliet, Procureur bij het Hoog-Geregtshof van Ned.-Indië, dd. 9 Maart 1878 (den Haag Uitg. van Weelden en Mingelen 1878).

Sluiten