Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Icing hadden op den aanleg van de In'n Madioen—Solo, waarvoor aan de N. I. S. M. eene voorwaardelijke concessie was. verleend, welke alleen nog bekrachtiging bij de wet behoefde, (zie § 1).

Verschillende omstandigheden vertraagden echter de indiening van het wetsontwerp betreffende de bekrachtiging van de 4 overeenkomsten met de N., I. S. M. zoö o.a. de in bewerking zijnde wijziging der finantieele verhoudingen, in zooverre dat leeningen gesloten zouden kunnen*'» worden en geen rekening meer zou gehouden worden met de z.gji. batige sloten, doch ook de begrijpelijke zucht om de Indische uitgaven zoo laag mogelijk te houden o.a. in verband met de groote sommen, die de Atjehoorlog verslond, alsmede de in te voeren nieuwe belastingen in Indië. By nota van Wijziging werd daarom de som van ƒ 5.000.000.— noodig voor aankoop van de lijn Buitenzorg—Batavia, enz., van de begrooting geschrapt — terwijl eveneens de middelen aangevraagd voor Staatsaanleg van de nieuwe lijnen uit de begrooting verdwenen.

De gang van zaken was aldus.

In § 4 der Memorie van Toelichting op de Indische Begrooting voor 1878 (Gedr. St. 1877-78 II. 4. No. 6) had de heer Alting Mees het volgende geschreven:

„§ 4. Voor 1878 zijn fondsen noodig tot voortzetting van den aan„leg van de havenwerken bij Batavia, van den aanleg van den spoorweg „Soerabaya—Pasoeroean—Malang, van de werken ter beveiliging van de „steden Batavia en Samarang tegen overstrooming en van den bouw van „een krankzinnigengesticht te Buitenzorg. Al deze werken zijn, geluk be„kend is, reeds aangevangen, sommige naderen de voltooning en de uitgaven zn'n, tot dusver uit buitengewone middelen, de saldo's gedekt. „Staking van den arbeid, op grond dat deze saldo's thans ontbreken, zou „stellig zy'n af te keuren, vooral nu men mag aannemen dat de finantiele „moeijelijkheden grootendeels aan buitengewone en derhalve voorbijgaande omstandigheden zijn toe te schrijven. Voorts zullen de overeenkomsten „met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij betreffende de uitbreiding van de spoorweglijnen in Midden-Java, indien zij door de wetgevende magt worden goedgekeurd, behalve de rentegarantie, voor aan„koop van den spoorweg Batavia—Buitenzorg in 1878 eene buitengewone „uitgave van ƒ 5.000.000 veroorzaken. Elders is aangetoond dat de aan„koop van dezen spoorweg eene kapitaalbelegging is die, boven de overige „voordeden welke er mede beoogd worden, spoedig renten zal opleveren. „Eindelijk zal thans de aanleg van Staatsspoorwegen kunnen worden „voortgezet in de Preanger regentschappen en tusschen Soerabaija en „Madioen.

„Het voorstel, hetwelk de Regering hieromtrent aan de Staten-Gene„raal meent te moeten doen, is hieronder toegelicht. Zie afdeeling IX, „buitengewone uitgaven.

Sluiten