Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voor al de bovenbedoelde behoeften te zamen zal in 1878 een bedrag van ƒ 16.000.000 vereischt worden, waarvan ƒ 6.900.000 ten laste „van het Iste en ƒ 9.100.000 ten laste van het Hde hoofdstuk der Indische „begrooting.

„Daar voor het volgend jaar, gelijk in § 2 dezer Memorie is aangetoond, de vereischte 16 millioen voor buitengewone uitgaven niet uit de „saldo's van vroegere jaren zijn te vinden, ziet de Regering zich genoopt „de toevlugt te nemen tot de toepassing van het beginsel, dat het met „een goed finantieel beheer vereenigbaar kan zijn, de kosten van openbare „werken, vooral wanneer daarvan later regtstreeksche inkomsten voor de „schatkist of vermeerdering van volkswelvaart verwacht kan worden, te „dekken uit de opbrengst eener geldleening.

„Het zal niemand bevreemden, dat de buitengewone werken in Indië, „vooral nadat tot groote ondernemingen als de havenwerken bij Batavia „en den dringend]noodigen aanleg van spoorwegen op Java werd besloten, „niet geheel door middel der saldo's van vorige diensten kunnen worden „voltooid.

„Reeds voor dat de oorlog met Atjeh, die in de laatste jaren zulke „zware offers van de Indische geldmiddelen vergt, was aangevangen, „werd door ieder voorzien, dat de vele millioenen, die voor zulke groote „werken noodig zijn, op den duur niet zouden kunnen worden verkregen „uit de excédenten der inkomsten van Nederlandsch-Indië boven de uitgaven, vooral niet, nadat men die saldo's voor een belangrijk deel mede „reeds heeft doen strekken tot amortisatie van nationale schuld en tot „voorziening in de behoeften van het moederland. Toen de Minister van „Bosse in November 1871 zijn wets-ontwerp tot aanleg van spoorwegen „in Nederlandsch-Indië'aanbood (zitting 1871—1872, No. 57), wees hij „reeds op de mogelijkheid dat „„de batige saldo's van vroegere diensten „„zouden kunnen te kort schieten voor den aanleg van spoorwegen en „„andere groote werken in Indië"", en sprak hu' zijne overtuiging uit dat „men dan tot buitengewone middelen, door de wet aan te wijzen, de toe„vlugt zou moeten nemen (Memorie van Toelichting § 6). In het Voorloopig Verslag, blz. 9, werd erkend dat men zich door aanleg van spoorwegen van Staatswege op een weg begeeft, die met het sluiten van geldleningen ten behoeve van Indië eindigen moet, en op bladz. 8 der Memorie „van Beantwoording drukte de Minister van Bosse de verwachting uit „„dat de Kamer niet zou aarzelen tot het sluiten van geldleeningen mede '„„te werken, zoo dit immer noodig bleek, ter vervulling van de Indische „„behoeften"".

„Ook bij de behandeling van het wetsontwerp tot verhooging der „Indische begrooting van 1875 6) voor den aanleg van den spoorweg „Soerabaija—Pasoeroean—Malang, kwamen de geldelijke gevolgen van

5) Gedrukte stukken, zitting 1874—75 No. 69.

Sluiten