Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„den aanleg van spoorwegen door den Staat natuurlijk ter sprake, en ofschoon de Minister van Goltstein verklaarde dat de Regering het voorne„men had bn' hare voorstellen tot aanleg van Staatsspoorwegen steeds „rekening te houden met de beschikbare middelen, zoodat zij toen geene „leeningen in het vooruitzigt stelde, maakte hij daarbij in zijne beantwoording van het Verslag der Tweede Kamer (bladz. 20) de volgende „reserve: „„De Regering kan natuurlijk niet verzekeren, dat de wetgeven,,„de magt niet te eeniger tijd redenen zal vinden om meer geld voor den „„spoorwegbouw te besteden dan in 'slands kas beschikbaar ligt, maar „„beslissingen in dien geest kunnen veilig aan de toekomst worden overge„„laten. Te meer, omdat het niet is aan te nemen dat de Staat, zelf eene „„leening sluitende, voor renten en aflossing ooit meer zal te betalen heb,,„ben, dan hu" zou moeten betalen als rentegarant van eene particuliere „„maatschappij, die tegen alle verliezen gevrijwaard moet worden"".

„Met het oog op het boven aangeteekende, meent de Regering te „mogen aannemen, dat de vraag, of de buitengewone werken, en inzonderheid de aanleg van spoorwegen in Nederlandsch-Indië, door middel van „eene geldleening zullen worden voortgezet, in beginsel niet in het bree„de behoeft te worden besproken. Uit den aard der zaak is het eene vraag „van opportuniteit, die in bevestigenden zin moet worden beantwoord, „zoodra blijkt: lo dat het niet mogelijk is de uitgaven voor noodige „buitengewone werken te dekken uit de saldo's van vorige dienstjaren, „en 2° dat de kosten eener leening uit de gewone middelen kunnen worden „bestreden, zonder dat er vrees behoeft te bestaan dat door de rentenbetaling het evenwigt der ontvangsten en uitgaven zal worden verbroken.

„Het spreekt van zelf dat in deze begrooting de zaak niet anders dan „in beginsel kan worden beslist. De formele magtiging om tot de lee„ning over te gaan, de wijze waarop de leening zal worden uitgegeven, „dit alles wordt voorbehouden voor eene nadere wettelijke regeling. „Waarschijnlijk zal het aanbeveling verdienen, dat de Staat de leening „ten behoeve van Nederlandsch-Indië sluite en dat uit de Indische geldmiddelen de interessen en de onkosten der leening aan het Ruk worden „gerestitueerd. Over deze en andere punten zal echter eene nadere beslissing noodig zü'n. Het is daarom voldoende, thans onder No. 10 der middelen in Nederland den volgenden post op te nemen: „„Opbrengst eener „„geldleening, krachtens eene nader vast te stellen wet aan te gaan tot „„dekking van de buitengewone uitgaven, begrepen in de IXde afdeeling „„van de beide hoofdstukken der begrooting van uitgaven"", en in de Fcfe „onderafdeeling van het 1ste hoofdstuk der uitgaven een post uit te „trekken van den volgenden inhoud: „„Restitutie aan den Staat of betaling „„van de interressen en onkosten eener geldleening, krachtens eene nader „„vast te stellen wet aan te gaan tot dekking van de buitengewone uit„„gaven, begrepen in de IXde afdeeling van de beide hoofdstukken der „„begrooting van uitgaven"".

Sluiten