Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In § 5 werd daarop uitvoerig nagegaan op welke wijze de vermeerdering der jaarlijksche uitgaven als gevolg van de interessen en onkosten der leening en ook wegens de rentegarantie krachtens de nieuwe overeenkomsten met de N. L S. M. konden worden gedragen.

Bij Afd IX der Begrooting (Buitengewone Uitgaven) werd omtrent de spoorwegen in opname het volgende gezegd (bl. 31).

„Spoorweg Buitenzorg—Bandong—Tjitjalengka- en Madioen—Blitar „—Sidho-Ardjo. In gevolge de wet van 6 April 1875 (Staatsblad No. 61) „zijn de noodige opnemingen verrigt voor den aanleg van spoorwegen „ter verbinding van Batavia met de vlakte van Bandong, en van Soera„baija met Midden-Java. Die opnemingen hebben geleid tot de aanbieding vari avant-projets en begrootingen, welke de Regering in staat stelten om aan de wetgevende magt een voorstel te doen tot voortzetting „van den bouw van Staatsspoorwegen op Java.

„Bij de behandeling der genoemde wet werd op den voorgrond ge„steld dat de aanleg van de hjn Soerabajja—Pasoeroean—Malang voor „rekening van den Staat zou gelden als eene proef, wier uitslag van „overwegenden invloed zou zijn op de beslissing nopens de vraag: of met „den staatsspoorwegbouw zou worden voortgegaan of niet. Het is niet „te ontkennen dat de uitslag der proefneming over het algemeen bij uitstek bevredigend is geweest. Wel is waar heeft de regeling, ten opzigte „van de aanschaffing van het materieel in Europa getroffen, niet voldaan; maar te dezen aanzien is gemakkelijk verbetering aan te bren„gen. De arbeid in Indië heeft niets te wenschen overgelaten.

„Administratieve moeijelijkheden zijn niet ondervonden, en er is gewerkt met eene voortvarendheid die den meesten lof verdient en die „door particulieren zeker niet overtroffen zou kunnen geworden zn'n. De „kosten van den spoorweg zullen het geraamd bedrag niet overschrijden, „en reeds in het jaar 1878 mogen niet onbelangrijke inkomsten van de „exploitatie worden verwacht.

„Met volle overtuiging wordt dan ook door de Regering aanbevolen om voort te gaan met den aanleg van spoorwegen op Java voor „rekening van den Staat. Alleen in Midden-Java meent zjj om bijzondere „redenen voor den verderen spoorwegbouw gebruik te kunnen en te moeten maken van particuliere krachten, gelijk blijkt uit het aanhangige „wets-ontwerp tot bekrachtiging van nieuwe overeenkomsten met de Ne„derlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij.

„Mitsdien wordt thans voorgesteld om voor rekening van den Staat „aan te leggen:

„o. een spoorweg van Buitenzorg (uitgaande van de door den Staat „over te nemen lijn Batavia—Buitenzorg) naar Tjiandjoer, Bandong en «Tjitjalengka;

„&. een spoorweg van Madioen (oostelijk uiteinde van de lijnen der

Sluiten