Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„kilometer (Madioen—Sidhoardjo 143 kilometer, Kertosono—Blitar 92 kilometer) en in vijf jaren voltooid kunnen zijn: De kosten van aanleg zijn „geraamd op ƒ 19.000.000.—, dus bijna ƒ 81.000.— per kilometer; de bru„to-opbrengsten in het eerste jaar der exploitatie op omstreeks ƒ 2.350.000 „de exploitatiekosten op 50 percent der bruto-opbrengsten, en dus de net„to-opbrengsten op ƒ 1.175.000.— of bijna 6,2 percent van het aanlegkapitaal. In de onderstelling, dat de opbrengsten dezer lijn zullen toene„men in gelijke mate als ze zijn toegenomen op de ljjn Samarang-Vorsten„landen, kan men de bruto-opbrengsten in het vijfde jaar der exploitatie „stellen op ƒ 3.525.000.—, en dus de netto-opbrengsten op ƒ 1.762.500.—, „of bijna 9,28, percent van het aanlegkapitaal.

„Met de genoemde cijfers voor oogen, zal men wel niet kunnen twijfelen aan de wenschelnkheid, uit een finantieel oogpunt, om de lijnen „Buitenzorg—Tjitjalengka en Madioen—Blitar—Sidho-Ardjo beiden tegelijk en beiden voor rekening van den Staat te doen aanleggen.

„Voorbereiding van den aanleg van spoorwegen in Nederlandsch„Indië. Blijkens de gedetailleerde begrooting, bijlage No. 10 dezer Memo„rie, hoofdstuk V, wordt voor de spoorwegopnemingen, tusschen de vlakte van Bandong en Tjilatjap in 1878 ƒ 117 800 noodig geacht.

„(Van de in hoofdstuk IV dier begrooting uitgetrokken som voor het „opmaken der definitieve ontwerpen voor de lijn Buitenzorg—Tjitjaleng„ka, behoeft hier geen sprake te zn'h, daar de kosten van deze arbeid onder de aanlegkosten vallen, nu voorgesteld is, om met den aanleg aanstonds een aanvang te maken).

„Overneming van den spoorweg Batavia—Buitenzorg. Deze post „vindt zijne toelichting in het ontwerp van wet tot bekrachtiging van „eenige artikelen van vier met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij gesloten overeenkomsten. (Gedrukte stukken, zitting 1876— „1877.—205".

In het Voorloopig Verslag werd (Gedr. St. 1877—78 II. 4. No. 54) de gestie van den Minister van Koloniën hevig aangevallen. Op bl. 5 werd vermeld:

„§ 4. Het in § 4 der Memorie van Toelichting ontwikkeld denkbeeld „om in beginsel te beslissen, dat ter voorziening in de uitgaven voor „openbare werken op Java, voor den aankoop van den spoorweg Batavia— „Buitenzorg en voor den aanleg van nieuwe spoorweglijnen eene leening „van 16 millioen ten laste van Indië zal worden aangegaan, werd nagenoeg algemeen zeer levendig bestreden, inzonderheid ook in verband ,','met het uittrekken op de Indische begrooting der gewone bijdrage aan ,,'s Rijks geldmiddelen, ditmaal ten bedrage van ƒ 9.031.471. Niemand „ontveinsde het gewigt van dit voorstel. Nadat Nederland zooveel jaren

Sluiten