Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„niet minder te worden gekeerd. De Kamer behoorde vrijgelaten te worden „in hare beslissing omtrent de overeenkomsten, en zulks te meer, omdat „daarbn' onderscheidene hoogst belangrijke vraagstukken in aanmerking „moesten komen; zoo als: in hoeverre op Java aanleg der spoorwegen door „den Staat of door particulieren de voorkeur verdient; welke rigting aan „de het eerst in aanmerking komende lijnen moet worden gegeven, en „welke waarde aan de overeenkomsten met de Nederlandsch-Indische „Spoorwegmaatschappij moet worden toegekend, waaromtrent nu reeds „enkele leden zich niet zeer gunstig uitlieten. Tot het opzettelijk en ernstig „overwegen van al die punten was de Kamer ten volle bereid. Zij zou „gaarne trachten de zaak binnen den-kortst mogelijken tijd tot eene beslissing te brengen; maar die beslissing kon niet vóórgaan aan de vaststelling eener begrooting, die, om bekende redenen, ten spoedigste haar „beslag moet hebben, opdat zij onmiddellijk naar Indië kunne worden „verzonden.

Geen andere uitweg bleef er dus over dan dat uit de Indische be„grooting al de posten wierden wggenomen, die tot den aanleg der nieuwe „spoörwegln'nen en tot de te sluiten geldleening betrekking hebben; zoo„dat dan ook van de zijde der groote meerderheid met nadruk aan de „Regering in overweging gegeven werd om dien weg in te slaan. Aan het „Departement van Koloniën kon dan, na het vaststellen der gezuiverde „begrooting, de hand worden geslagen aan het ontwerpen eener supple„toire begrooting die, op welke wijze ook ingerigt het uitzigt verzekerde, dat „de aanleg van spoorwegen op Java niet zou stilstaan.

„Slechts enkele leden, die over de voorstellen des Ministers in alge„meenen zin gunstiger dachten, toonden zich met dit denkbeeld niet ingenomen. Zij vreesden, dat het opvolgen daarvan leiden zou tot het „brengen van uitstel in den aanleg van openbare werken, op welker spoedige voltooi)'ing zij vooral in 't belang der inlandsche bevolking van Java „grooten prijs stelden".

Bij afd. IX (Buitengewone Uitgaven) werd aangeteekend (bl. 20):

„Dat bij de inrigting, die men vrij algemeen aan deze Indische be„grooting wenscht te geven, de onderafd. 126 en 127, betrekking hebbende „tot den aanleg en voorbereiding van de exploitatie van de spoorwegen „Buitenzorg—Bandong—Tjitjalengka en Madioen—Blitar—Sidhoardjo „hier moeten wegvallen, spreekt van zelf. De aanleg dier spoorwegen zou „later een opzettelijk onderwerp van overweging uitmaken, en naar veler „oordeel was het dus thans niet het tijdstip zich daarover, alsmede over „de daarmede in verband staande punten, zoo als den aankoop van den „spoorweg Batavia.—Buitenzorg en de spoorversmalling, uit te laten. „Andere leden meenden intusschen nu reeds te moeten verklaren, dat bij „hen tegen de plannen der Regeering op spoorweggebied ernstige beden„kingen bestonden. Hunnes inziens was het onderzoek omtrent de nieuwe

Sluiten