Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de behandeling der voorstellen tot aanleg van nieuwe Staatsspoorwegen „thans wordt uitgesteld.

„Dat die voorstellen niet rn'p zouden zijn voor eene beslissing, zoo „als in het Voorloopig Verslag gezegd wordt, is toch moeijelijk vol te „houden. Zij berusten op naauwkeurige opnemingen, en van de gegevens, „door die opnemingen verkregen, is aan de Kamer volledige mededeeling „gedaan. Het is toch wel niet denkbaar, dat men nog eens op nieuw zou „willen laten onderzoeken wat nu pas onderzocht is. En er is ook geen „enkele reden om huiverig te zn'n „„tot den aanleg van de lijn naar „„Tjitjalengka te besluiten, zoolang niet bleek in welke rigting die lijn la,,„ter naar Tjilatjap zou worden vervolgd en hoe men verder aan den „„spoorweg naar de vorstenlanden zal aansluiten"". Immers de spoorweg „naar de vlakte van Bandong is noodig, ook al wordt die niet verder doorgetrokken. Zeer stellig heeft de Kamer dit ook zoo begrepen in 1875, „want anders zou zij destijds geen fondsen hebben toegestaan in het bijzonder voor opnemingen tusschen Batavia en de vlakte van Bandong. „Maar bovendien; uit de memorie van toelichting op het avant-projet „voor de Preanger lijn, § 7, heeft men kunnen zien dat speciaal is onderzocht, op welk punt die lijn, wanneer zij wordt doorgetrokken, de vlakte „van Bandong zal moeten verlaten, en dat met het oog op de resultaten „van dit onderzoek is voorgesteld om de ljjn op Tjitjalengka te rigten. „Het Voorloopig Verslag zegt dat „„blijkbaar nog geenerlei bepaald on„„derzoek omtrent de verlenging van de bedoelde lijn plaats gehad"" heeft, „en dat het niet aangaat „„om de spoorwegwijdte te bepalen van eene „„ljjn, wanneer een groot gedeelte van het terrein, dat zij doorloopt, nog „„geheel onbekend is"". Opmerkingen als deze moeten doen gelooven, dat „van de uit Indië verstrekte gegevens weinig notitie genomen is. Uit de „genoemde memorie blijkt toch duidelijk, dat een onderzoek omtrent de „verlenging der Preangerlijn, voor zooveel noodig, wel degelijk reeds heeft „plaats gehad, en uitdrukkelijk is in de memorie (§ 8) geconstateerd, dat „de aanleg van een spoorweg van Tjitjalengka naar Tjitjalap, ,„met de „„voor Java aangenomen spoorwn'dte van 1.067 M. noch technisch, noch „„finantieel onmogelijk zal zn'n"".

„Geringschatting van de uit Indië verstrekte gegevens schijnt ook „te spreken uit de opmerking, dat „„de lijn naar de Preanger, vroeger door „„de commissie voor de vervoermiddelen aangegeven zich boven de thans „„gekozene rigting aanbeval, doordien men dan minder genoodzaakt zou „„zn'n geweest sterk te klimmen en te dalen en menige bogt zou hebben „„vermeden"". Sedert 1864 is dikwijls ook van de zijde der Kamer er op „gewezen dat het niet raadzaam is hier te lande quaesties over spoorwegtracés op Java te debatteren; maar wil men een debat daarover, dan gaat „het toch niet aan eenvouding eene stelling te poneren, en alle argumenten, „die door de deskundigen in Indië zn'n aangevoerd ter bestrijding van „die stelling geheel onbesproken te laten. Een groot gedeelte van de

Sluiten