Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„meer genoemde memorie (No. 17 der begrootingsstukken) is speciaal gewijd aan het betoog, dat de vroeger door de commissie voor de vervoermiddelen op Java aangegeven lijn naar de Preanger niet de voorkeur „verdient, en op bladz. 25-27 van dat stuk zjjn de voor-en nadeelen van „beide rigtingen nog eens duidelijk met elkander vergeleken ter regt„vaardiging van de conclusie, waartoe het ingesteld onderzoek geleid „heeft. Voor het oogenblik kan dezerzijds slechts naar dat stuk verwezen „worden.

„Wat de quaestie der Staatsexploitatie betreft, is in het Voorloopig „Verslag weder de vrees te kennen gegeven dat het Indisch bestuur den „aandrang tot lage tarieven, vooral ook van de zijde van het Europeesch „element op Java, niet zal weten te wederstaan.

„Door redeneringen zal deze vrees moeijelijk weg te nemen zijn. „Maar de exploitatie der lijn Soerabaija-Pasoeroean-Malang (en der „lijn Batavia-Buitenzorg, als de nieuwe overeenkomsten met de Neder„landsch-Indische Spoorwegmaatschappij worden goedgekeurd), zal nu „spoedig doen zien wat de Staat op dit gebied vermag, en in hoever hij „te kort komt. Wordt het bewijs geleverd, dat de Staat niet behoorlijk „kan exploiteren, dan zal de exploitatie der verder aan te leggen Staatsspoorwegen aan particulieren kunnen worden toevertrouwd.

„Volkomen moet worden toegegeven „„dat het niet op den weg van „„den Staat ligt eene voor zich zeiven nadeelige concurrentie te voeren „„tegenover eene maatschappij, aan'wie rentegarantie is verleend"". Als de „nieuwe overeenkomsten met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij worden bekrachtigd, verkrijgt deze beschouwing dubbele waarde, want de belangen van den Staat en van die maatschappij zullen dan „nog nader tot elkander gebragt worden. Het lag dan ook volstrekt niet „in de bedoeling van de Regering om eene concurrentie, als waarvan hier „sprake is, te gaan voeren of toe te laten".

In de Toelichting, behoorende bij de nadere Nota's van Toelichting op de Begrooting van 1878 (Gedr. Stuk 1877—78. II. 4 No. 68 schreef de nieuw opgetreden Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse:

„De wijzigingen welke de ondergeteekende heeft gemeend in het ont„werp der Indische begrooting voor 1878 te moeten brengen, hebben in „de eerste plaats de strekking om de voorstellen tot den aanleg van nieuwe „spoorwegen op Java en tot aanwijzing van de middelen, waardoor de „kosten van dien aanleg zullen zn'n te dekken, afzonderlijk te behandelen, „waartoe zoo spoedig mogelijk een wets-ontwerp zal worden ingediend. „De ondergeteekende voegt zich, in dit opzigt, naar het verlangen in het „Voorloopig Verslag der Tweede Kamer, bladz. 9, voorlaatste alinea van „§ 5, uitgedrukt. Hn' wenscht echter alle misverstand te voorkomen en „moet daarom reeds nu uitdrukkelijk verklaren, dat hn' de gedane voorStellen handhaaft, dat hu' ze rijp acht voor eene beslissing en dat ook hij

Sluiten