Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. De Wet tot aanleg van de lijnen Sidoardjo— Madioen—Blitar en Buitenzorg—Tjitjalengka in de Volksvertegenwoordiging.

(Zittingen der Tweede Kamer van 9, 10, 13 en 14 Mei en der Eerste Kamer van 3 Juni 1878).

a. zitting van 9 Mei 1878.

In § 2 werd reeds medegedeeld, dat het wetsontwerp tot verhooging van de Indische Begrooting voor 1878 waarin art. 2 handelde over de credieten toe te staan voor den aanleg van de lijnen Sidoardjo-Madioen met zijtak naar Blitar en van de lijn Buitenzorg—Tjitjalengka den 2en Maart bij de Tweede Kamer werd ingediend (bijlage VII). Eveneens is aldaar gesproken over het Voorloopig Verslag van de Commissie van Rapporteurs (bijlage VIII) en de Memorie van Beantwoording van den Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse (bijlage IX).

Den 9en Mei 1878 vingen de mondelinge beraadslagingen in de Tweede Kamer aan. In deze § zullen slechts die gedeelten der discussien behandeld worden, welke geacht kunnen worden in verband te staan met de zaak der spoorwegen.

In deze § zullen die gedeelten der discussien behandeld worden, welke geacht kunnen worden in verband te staan met de zaak der spoorwegen.

De heer Mr. W. Wintgens opende de debatten (Handelingen 1877—78 II. bl. 688). Hij sprak:

„Ik acht het volmaakt overbodig, om de aandacht der Kamer te vestigen op het overgroot gewigt van de beslissingen die zij geroepen wordt te nemen; zoowel over het thans in behandeling zijnde wetsontwerp, als omtrent de reeks van voorstellen, die verder aan de volgorde onzer beraadslaging zijn gesteld. Al die voorstellen vormen te zamen een aaneengeschakeld, een zamenhangend geheel.

Het wetsontwerp dat wij nu behandelen, de finantiele maatregel omtrent Indië, staat in onmiskenbaar verband met de geldleening, die de Regering ons voorstelt aan te gaan tot een bedrag van 43 millioen. Het hangt evenzeer te zamen met de heffing van eene belasting op het nationaal vermogen bij de erfopvolging tusschen ouders en kinderen. Ja, ik meen zelfs te mogen zeggen, dat dit zamenstel van finantiele maatregelen, ofschoon eenigzins meer verwijderd, toch mede in betrekking staat tot de Rijksbijdrage van 30 pet. in de lasten, die de nieuwe Onderwijswet aan de gemeenten zou opleggen, en eindelijk, ook met dat groot aantal openbare werken ten behoeve der binnenlandsche scheepvaart, die ons zijn voorgesteld, en welke voordragt ik, met die verbetering van de jaarwedden der

Sluiten