Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij kunnen het nu gevraagd besluit niet nemen vóór dat is uitgemaakt, of de Staat de lijn Batavia—Buitenzorg zal overnemen, en bovendien, of de concessien der lijnen Djocjocarta naar' Magelang en Tjilatjap en van Soerakarta naar Madioen zal worden bekrachtigd. Eerst wanneer dat is afgestemd of aangenomen, eerst dan mag en kan de Kamer een besluit nemen op dit voorstel.

Het contract van 13 Junij 1877 met de Spoorwegmaatschappij gesloten zegt, dat de overeenkomst omtrent die concessien wordt geacht niet te zijn gesloten, wanneer binnen een jaar na hare dagteekening (dat dus eerst verstrijkt met 13 Junij 1878) de bekrachtiging geweigerd of niet verleend is.

Dat is de toestand.

Eerst wanneer dus een jaar is verloopen zonder eene beslissing of wanneer de wet is aangenomen of verworpen, eerst dan mogen en moeten wij gaan betreden dit pad van Staatslijnen te decreteren, want eerst dan kan rigtig worden beoordeeld wat in dit opzigt behoort te geschieden.

En wel om twee redenen.

Vooreerst vereischt dit de billijkheid tegenover de NederlandschIndische Spoorwegmaatschappij — ik zeg meer — vereischt dit de loyauteit tegenover eene maatschappij waarvan de Regering zegt m hare Memorie van Antwoord, dat hare goede trouw, bij het aangaan der overeenkomsten van 13 Junij 1877, bij de Regering volstrekt niet staat in verdenking Welnu, die bekrachtiging al of niet bij de wet moest hebben plaats gehad, of dat tijdsverloop van een jaar moest zijn verstreken, alvorens de Regering en de Kamer overgingen tot het decreteren van nieuwe spoorweglnnen andere dan die aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij zün'geconcedeerd. Er moet daaromtrent zekerheid zijn; eene directe beslissing, en niet eene indirecte gelijk hier zou vallen, of wel er moest een jaar zijn verstreken. Wordt deze voordragt aangenomen, dan nemen wn hier die nieuwe Staatslijnen aan - ik zeg niet met het doel, maar zeker met het gevolg om de geconcedeerde lijnen te doen vervallen. Dan wordt door het votum, als het gunstig uitvalt, het doodvonnis van de concessien uitgesproken. ,

En Mijne Heeren, zoo iets behoort niet te geschieden door een loyaal Parlement, en door eene loyale Regering. Ik zeg nog niet, dat de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij door zulk eene handelwijze geen regt op schadevergoeding tegen den Nederlandschen Staat zou erlangen.

Maar zeker zeg ik dit: dat deze substitutie van Staatslynen aan de geconcedeerde lijnen, die hare verwerping indirect medebrengen, eene handelwijze is die ik van eene Nederlandsche Regering niet verwachtte, en waaraan ik, als lid van de Volksvertegenwoordiging, niet medewerk.

Wat is het geval? .

Er is hier door de Regering eene voorwaardelijke verbmdtems aangegaan. De voorwaarde heb ik u voorgelezen.

Sluiten