Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het besluit tot Staatsaanleg van de Indische spoorwegen als een fait accompli aannemende, zou ik wenschen dat men een anderen weg insloeg dan dien, welke nu wordt voorgesteld, namelijk om de spoorwegen te maken bij stukken en brokken, nu hier een lijntje, dan weder daar een lijntje. Ik zou wenschen dat men op Java deed, zoo als het Belgische Gouvernement in der tijd heeft gehandeld bij den aanleg van zijne Staatsspoorwegen, dat is dat men begon te maken eene flinke en degelijke stamlijn, waaruit men later de noodige zijtakken zou kunnen ontwerpen.

Dit wordt niet gedaan, maar daarom zou ik mij nog niet verklaren tegen hetgeen de Minister hier voorstelt. Aan dit wetsontwerp kan ik mijne stem niet geven, omdat de Minister, ofschoon daarvan in het ontwerp niets staat, in de Memorie van Toelichting eene reserve maakt, die ik voor de zaak gevaarlijk acht, en zeker niet wenschelijk voor het hebben van goede spoorwegen, die aan hun doel beantwoorden. De Minister stelt zich namelijk voor, dat men later in Indië niet alleen zal kunnen, maar waarschijnlijk zal begaan dezelfde, thans, helaas! voor ons onherstelbare fout, van spoorwegen, die wij uit 'slands middelen hebben gegeven in exploitatie aan de particuliere nijverheid. Dit is, dunkt mij, het paard achter den wagen spannen. De Staat maakt toch geen spoorwegen om die later in gebruik te geven aan een ander, om het beheer daarvan voor het grootste gedeelte te verliezen, en zich te berooven van het vermogen om den spoorweg te doen zijn een middel, een krachtig middel van publieke dienst.

Het doel van den Staat is niet om spoorwegen op de kaart geteekend of op het terrein voltooid te zien, maar om daarvan dienst te hebben, om die in het algemeen belang te kunnen benuttigen. En wanneer de Staat spoorwegen maakt, en zeker wil zn'n van het nut dat zij zullen opleveren, met andere woorden: wanneer de Staat de gelden, daarvoor uit 's lands kas besteed, wezenlijk vruchten wil doen dragen, dan moet hij die spoorwegen in eigen beheer en exploitatie houden, om geen gevaar te loopen van later in moeijelijkheden te komen en geen meester van zijn eigen goed te zijn.

Het blijkt'meer en meer dat dit overal zoo wordt ingezien, omdat men het overal ziet gebeuren. jj

Ik heb gewaagd van den aanleg van Staatsspoorwegen in België. Wat heeft België daarbij gedaan? Het heeft de zijlijnen successivelijk met of zonder rente-garantie in concessie aan particulieren gegeven. Hetzelfde hebben wij zien gebeuren in Duitschland en in andere landen. In Frankrijk heeft men spoorwegen afgestaan aan groote maatschappijen. En wat is de strekking in al die landen, en inzonderheid in België?

Het is deze: de Staat moet eigenaar worden van al die geconcedeerde spoorwegen, niet om het nut of voordeel te hebben van eigenaar te zn'n en tevens de lijnen door anderen te laten exploiteren; maar met het eenige doel om die spoorwegen geheel in eigen handen te hebben en hierdoor te

Sluiten