Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof, dat bijna algemeen — alleen de geachte afgevaardigde uit Almelo lc) zal dit waarschijnlijk niet met mij eens zijn — de groote noodzakelijkheid is erkend van spoedigen aanleg van spoorwegen op Java, dat deze beschouwd wordt als eene behoefte voor Indië. De vrees wordt door mij niet gedeeld, dat de fondsen in Indië niet zullen toelaten om met dien aanleg voort te gaan; erkent men de behoefte, heeft men de middelen, wil men die in de eerste plaats voor Indië aanwenden, dan geloof ik dat men geen reden heeft voor de toekomst bezorgd te zijn.

Maar — en dit ben ik met den geachten afgevaardigde uit Nijmegenld) eens — er bestaat mijns inziens een naauw verband tusschen deze voordragt der Regering tot aanleg van spoorwegen op Java en de door haar voorgestelde 'verhooging van belastingen.

Ik erken ten volle, dat het voor iemand, die niet met de Indische toestanden bekend is, moeijelijk is hierover te oordeelen, maar na lezing van de belangrijke rapporten die ter inzage voor ieder lid dezer "Vergadering beschikbaar geweest zijn, geloof ik dat het niet moeijelijk is om voor zich zelf tot eene overtuiging te geraken.

Mij weerhoudt de vrees niet, dat het ontwerp van deze belasting bij de Europesche bevolking in Indië zoo algemeene afkeuring heeft ondervonden ; want waar werd ooit de afkondiging eener nieuwe belasting door de belastingschuldigen met gejuich begroet?

Maar er is een argument in de stukken, dat werkelijk een grooten schijn van waarheid heeft. Men zegt dat de inkomsten van Indië werkelijk van dien aard zijn dat men alleen met die inkomsten kan voortgaan om spoorwegen aan te leggen, en de groote werken, die in Indië begonnen zijn, voort te zetten.

Dit laatste betwijfel ik. Ik zal op het oogenblik niet treden op het terrein, dat meer eigenaardig bestemd is voor den Minister van Koloniën; evenmin zal ik in eene opnoeming van cijfers treden, maar ieder die de stukken gelezen heeft, zal tot de overtuiging gekomen zijn, dat, wil men met de in Indië begonnen verbeteringen voortgaan, wil men onderwijs en politie beter regelen, wil men het maken van havenwerken te Batavia onafgebroken voortzetten en nieuwe spoorwegen op Java aanleggen, er alsdan meer geld noodig zal zijn. En nu vraag ik: van wien moet dat geld komen? Van Nederland? Ik geloof, dat men er in Indië op dit oogenblik in billijkheid Nederland geen grief van kan maken, dat Nederland die kosten niet voor zich neemt.

Te regt is echter in de stukken aangevoerd, dat men niet volstaan kan, met die enkele becijferingen, en dat men ook op de draagkracht der

lc) Mr. J. R. Corver Hooft, ld) Mr. C. J. A. Heijdenrijck

Sluiten