Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekenis zijn; welke opbrengst is hiervan te wachten? En ten wiens behoeve brengt de Staat die groote uitgaven ten offer? Blijkens de Memorie van Antwoord hebben deze hooge uitgaven grootendeels de strekking „„om het in Indië voor den Europeaan te veraangenamen, en den ,bloei 'van de Europesche ondernemingen van landbouw en nijverheid te "bevorderen"". De Regering heeft dus met de daarstelling dier spoorwegen vooral op het oog het belang der Europesche bevolking; maar zal deze bevolking erkentelijk zyn voor die weldaad, nu zij tevens verpligt zal worden door de voorgestelde belasting, ook het hare tot de verwezenlijking van dat plan bij te dragen? Bekend is het toch welke tegenstand vroeger het voorstel tot invoeren van zóódanige belasting ondervond, getuige de adressen aan de Regering ingediend.

Maar! zal nien my tegenwerpen, niet slechts de Europesche maatschappij, ook de algemeene bloei van Java en het belang van den inboorling zal door de uitbreiding van spoorwegen worden bevorderd; tal van vreemden zullen derwaarts héén stroomen en de volkswelvaart doen toenemen; dat dit plaats zal vinden geloof ik mede, maar dat zulks strekken zal tot bevordering van welvaart bij den Javaan, geloof ik minder. ..."

Op grond van een en ander gaf de spreker te kennen, dat hij tegen de wet zou stemmen, waarna de Voorzitter der Kamer, de heer Mr. W. M, Dullert de zitting tot den volgenden dag verdaagde.

b. Zitting van den 10 en Mei. 1878.

Op 10 Mei was het woord in de eerste plaats aan den Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse ter beantwoording van de den vorigen dag gemaakte opmerkingen (Handelingen II bl. 704 e.v.):

" "'slechts een paar punten. De geachte spreker uit Dordrecht 2) heeft nu reeds ter sprake gebragt myn denkbeeld om de exploitatie dier Staatsspoorwegen aan eene particuliere maatschappij op te dragen, en hy heeft zich met warmte daartegen verklaard. Is dit niet wat voorbarig? Door de stem die de leden over deze wét zullen uitbrengen, wordt hunne stem over de wijze van exploitatie dier spoorwegen niet gepraejudicieerd; zy worden daardoor niet het minste gebonden.

Van mijne zijde geef ik de meest stellige verzekering dat door my geen enkele stap zal worden gedaan die,$n aanzien van dit vraagstuk, het vrije gevoelen der Kamer in het allerminste zou praejudicieren En ik voeg er by het zou zeer goed kunnen gebeuren dat ik dit denkbeeld geheel moest opgeven. Misschien zal hier het spreekwoord kunnen gelden: le combat f inira f aute de combattants. Ik kan niet bemerken dat er eenige gading bestaat voor het uitvoeren van dat denkbeeld. Waar ik er met een

2) de heer J. P. Bredms.

Sluiten