Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de opneming van spoorwegen voort te gaan, zoowel in de Preanger als in den Oosthoek van Java in 1876 en 1877; en is het dan gebruikelijk voor zulke groote werken gelden toe te staan en een talrijk personeel aan te stellen, om daarna het werk te staken en het begonnene onvoltooid te laten? Het doel der tegenstanders is eenvoudig: geen spoorwegen in Indië, wel ih Nederland; wel zorgen voor het moederland, maar dat stiefkind bezuiden de linie moet lijden!

Indië, zegt de geachte spreker, heeft geen regt van klagen. De ervaring heeft geleerd dat er dikwijls fondsen zijn toegestaan, die men niet eens bij magte was in Indië te verwerken.

Geheel onjuist is dat beweren niet. Daarvan zijn voorbeelden. Die zaak had haar oorsprong in de verkeerde gewoonte, die men op Java had — niet bepaald uit liefde voor het batig slot — om meer gelden aan te vragen, dan men wist te kunnen verwerken. Maar nu het werk van den aanleg'van den spoorweg Soerabaija-—Pasoeroean—Malang en van de havenwerken te Batavia onder meer speciaal toezigt geplaatst is, en de berekening juist gemaakt is, heeft het tegenovergestelde plaats, en komt men geld te'kort. Men werkt veel sneller dan men meende te kunnen werken; en waren er niet verschillende tegenspoeden ontstaan bij het aanleggen'van de lijn Soerabaija—Pasoeroean, dan zou die weg reeds in November van het vorige jaar gereed gekomen zijn en in dienst gesteld. Men is nu voornemens die lijn over vijf dagen, den 15den Mei, te openen, terwijl tegen November — dus over zes maanden en vóór dat de tijd verstreken is, dien men rekende noodig te hebben — de geheele lijn voltooid zal zijn.

Eindelijk is bij de algemeene beschouwingen ook nog door enkele sprekers uitgeweid over hetgeen is voorgevallen met de NederlandschIndische Spoorwegmaatschappij; daarover heeft men mij zelfs hard gevallen. Hieromtrent heeft de geachte afgevaardigde uit 's Gravenhage 3) met den grooten rijkdom van epitheta ornantm, waarmede hij gewoon is, de Ministers, die niet van zijne kleur zijn, te begroeten, mij alle mogelijke verwijten naar het hoofd geslingerd.

De geachte afgevaardigde is een zeer bekwaam advocaat, ten volle bekend met de middelen, die men aan de balie kiest om zijn proces te winnen. Onder die middelen behoort ook dit — ik heb niet veel ervaring van de balie; maar ik heb het toch wel gehoord — dat men de feiten, waarnaar eene zekere regtsvraag beoordeeld moet worden, in een valsch daglicht stelt, denatureert, verkeerd voorstelt en dan op dien grondslag een échafaudage van argumenten bouwt. Zoo vele argumenten als die geachte afgevaardigde bijgebragt heeft, zoo vele onjuistheden!

3) Mr. W. Wintgens.

Sluiten