Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geconcedeerde lijnen, zegt de geachte afgevaardigde, moeten vervallen, wanneer de lijnen, die nu voorgesteld worden, zullen zijn aangenomen. Waarom, Mijnheer de Voorzitter?

Die geconcedeerde lijnen bevonden zich in het centrum van Java, terwijl de lijnen, die men voorstelt van Staatswege te bouwen, liggen de een in het oosten en de andere in het westen van Java.

Zoowel die geachte spreker als de geachte afgevaardigde van Dordrecht 4) hebben voorbijgezien, dat men, wel verre van zich schuldig te maken aan de minste deloyauteit, uit dit oogpunt beschouwd, tegenover de Maatschappij, met hare voorkennis heeft gehandeld.

Die Maatschappij wist zeer goed, toen men haar eene concessie gaf, dat er tegelijk in het westen en oosten van Java lijnen van Staatswege aangelegd zouden worden, en dit wordt bewezen door geschriften en door de stukken, welke mijn geachte ambtsvoorganger bij het indienen van zijne begrooting overgelegd heeft.

Waarom die lijnen zouden moeten vervallen, omdat de Staat besluit elders lijnen voor eigen rekening te bouwen; ik begrijp die consequentie niet.

De zaak is praematuur, zegt de geachte afgevaardigde uit 's Gravenhage 3); eerst moet beslist worden over het overnemen van de lijn Batavia—Buitenzorg. Ik beweer juist het tegendeel. Eerst moet beslist worden over de lijn in de Preanger regentschappen. Wanneer die lijn toch niet aangelegd wordt, welke voordeden zou dan de Staat gehad hebben en welke aanleiding zou er dan voor hem bestaan om dien weg over te nemen ? Het overnemen van die lijn hangt juist af van de vraag, of de lijn in de Preanger regentschappen gebouwd zal worden of niet.

Ik werp dan ook het feit van deloyauteit tegenover die Maatschappij ver van mij af. Er is geen deloyauteit tegenover die Maatschappij gepleegd, en ik durf het betwijfelen of de geachte afgevaardigde met al zijne bekwaamheid het zou durven wagen, om een «proces tot schadevergoeding tegen den Staat te ondernemen.

Hoe was de toestand toen deze Regering in November jl. optrad? Zij vond eene overeenkomst, die zn' niet gesloten had, en die zn' niét kon terugnemen.

De Regering moest naauwlettend de geheele finantiele nalatenschap van hare voorgangster overzien, en daartoe was eenige tijd noodig.

Ik herhaal echter, de concessie kon niet teruggenomen, het contract niet verbroken worden, en wat was dus natuurlijker, dan dat de Regering, wetende dat het wetsontwerp in de af deelingen der Kamer terstond kon worden onderzocht, den wensch uitte, dat dit gebeuren mogt, opdat haar uit dat onderzoek zou blijken, wat het oordeel der Kamer was. Ware dit

4) J. P. Bredius.

Sluiten