Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel uitermate gunstig geweest, dan had dit welligt aanleiding kunnen geven, om de zeer gewigtige bedenkingen, die tegen de concessie bestonden, uit den weg te ruimen.

Maar, ik behoef het niet te zeggen, het Verslag der Kamer was alles behalve gunstig, en de Regering, die eene andere zienswijze had dan hare voorgangster, moest wel tot het besluit komen, om geen gevolg aan de concessie te geven. De Kamer gelieve zich te herinneren, dat het voor de vorige Regering, die ten behoeve van Indië eene 4i/2 percents leening wilde sluiten, geen bezwaar kon wezen om aan de concessionarissen te vergunnen eene leening tegen 4y2 pet., door den Staat gegarandeerd, uit te geven. Deze Regering echter, die meent eene leening hier te lande te moeten sluiten, en 4y2 pet. wel wat duurvond voor Nederland, kon niet de vergunning geven om, nevens hare 4 percents leening, obligatien van 41/2 pet., door haar gegarandeerd, aan het publiek aan te bieden.

De heer Bredius sprak (Handelingen II bl. 707): „De Minister heeft mij beschuldigd van voorbarigheid, door nu reeds te spreken over de wijze van exploitatie van deze spoorwegen. Maar als dit eene voorbarigheid was, dan is niemand anders de oorzaak daarvan dan de Minister zelf, om de eenvoudige reden dat, zoo er nu nog geen sprake kan zyn van argumentatie of beslissing over de vraag, of die exploitatie zal geschieden van Staatswege dan wel aan eene particuliere maatschappij worden opgedragen de Minister dit punt in zijne Memorie van Toelichting onaangeroerd had moeten laten want juist daardoor ben ik er toe genoopt geworden om dit punt te bespreken. Ik weet zeer wel, dat dit nu niet beslist kan worden, maar het is toch niet onverschillig te weten welke de neiging der Regering in dat opzigt is. Nu is mij gebleken dat de Minister overhelt tot exploitatie door eene maatschappij, en als deze voorliefde bn" den Minister blijft bestaan, dan kunnen wij a priori verzekerd zijn dat de Regering, bij den aanleg en zelfs reeds bij het ontwerpen van die spoorwegen in het oog zal houden dat zij niet zelve zal hebben te exploiteren, althans liefst niet zal willen exploiteren Voorts zal de Regering als dit in haar plan ligt en zü eene maatschappij vindt om die spoorwegen te exploiteren, den meest mogelijken aandrang bezigen om de wet, waarbij die concessie zou worden verleend, voor de Kamer zoo smakelijk te maken en de soliditeit en eerlijkheid van die maatschappij met de helderste en schitterendste kleuren za'

Behalve dit heb ik een bezwaar tegen de a priori opgevatte neiging der Regering en dit ligt juist in de wijze van aanleg der spoorwegen. Wanneer de Regering die spoorwegen ontwerpt en aanlegt zonder het voornemen te hebben ze zelf te exploiteren, dan kunnen wij ook zeker zijn dat wanneer de spoorwegen in exploitatie moeten worden gebragt, er verba-

Sluiten