Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zend veel aan zal ontbreken, omdat men er zich toe zal bepalen den bouw van die spoorwegen op te dragen aan eenvoudige spoorwegbouwmeesters zonder eenigzins in overleg te treden met de mannen die bekwaam zn'n in het vak van exploitatie; zoodat men spoorwegen zal verkry'gen,die hier en daar, uit het oogpunt van exploitatie-vatbaarheid naauwelijks dien naam zullen verdienen.

Ik kan dus nog niet besluiten met den Minister mede te gaan, tenzij hij kunne goedvinden eene geruststellende verklaring te geven. De Minister kan natuurlyk niet verklaren dat de spoorwegen zullen worden geëxploiteerd door den Staat, want te regt is opgemerkt, dat dit punt later door de Kamer moet worden beslist. Maar wanneer de Minister wenscht, dat ik voor zy'ne begrooting zal stemmen, dan verzoek ik hem eene verklaring te geven, die de zaak ongepraejudicieerd laat, maar tevens zal te weeg brengen dat, wanneer de spoorwegen in exploitatie moeten worden gebragt, zy in zoodanigen toestand zyn, dat zy voor eene goede exploitatie vatbaar zyn. De verklaring, die ik verlang, zoude my de overtuiging moeten geven dat „„de spoorwegen op Java zullen worden ontworpen en aangelegd als of ze nu reeds bestemd waren om van Staatswege te worden geëxploiteerd, en dat mitsdien de bouw en de inrigting dier spoorwegen niet „anders zullen worden vastgesteld en ten uitvoer gebragt dan in overleg „met deskundigen, die in spoorwegexploitatie ten volle ervaren zyn"". Ik neem de vrijheid den Minister te vragen, of hy zijnerzijds zwarigheid maakt my eene dergelijke geruststellende verklaring te geven. Zoo dit geschieden kan, dan ben ik bereid vóór het voorstel tot aanleg van Staatsspoorwegen op Java te stemmen".

Hierna was het woord aan den heer Heydenry'ck, die o.m. het volgende zeide (Handelingen II. bl. 708):

Waarom heeft dus de Minister ook mijne vraag niet beantwoord? Het is my onverklaarbaar. De vraag was toch zoo eenvoudig mogely'k. Die vraag luidde: ben ik er zeker van dat gy' niet zult medewerken tot den aanleg van de lynen in quaestie, zonder gèljjktydige invoering van de belastingen, die voorkomen onder onderafdeeling 22a? Van het antwoord op die vraag had ik myn votum over het artikel, dat straks het eerst aan de orde komt, afhankelijk gemaakt. Men zegt nu wel; er is geen sprake van afstemming dier belastingen, in welken vorm ook, hetzij door afstemming van de onder-afdeeling, hetzij door aanneming van een amendement, — maar het zou toch kunnen gebeuren. En welke zou dan de houding van den Minister zyn, wanneer art. 1 werd aangenomen, met andere woorden, de aanleg der lynen gedecreteerd, maar de belastingen verdwenen uit het wetsontwerp? Zou dan de Minister zn'ne voordragt toch handhaven? Zou hy er dan in kunnen treden de lynen aan te leggen en de uitgaven daarvan te dekken bijvoorbeeld door eene leening? Ik voor my wil geen vo-

Sluiten