Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen moederland en Koloniën. Hij vervolgde (Handelingen II bl. 714): „Het is moeijelijk om met alle données voor zich aan het Ministerie, veel minder los weg in deze Kamer, in berekeningen te komen, gelijk de Minister en de heer Corver Hooft deden, wat er gerestitueerd zou moeten worden. Maar dit is zekér dat onze garische huishouding van Staat — en dit zal niemand tegenspreken — duurder is door het bezit van Indië, zoodat er niets onbillijks in is gelegen dat Indië bijdraagt tot onze Staatsuitgaven.

Als dit algemeen wordt toegegeven, is er dan reden om zwarigheid te maken om gelden voor Indische spoorwegen toe te staan, omdat wy dit jaar geen bate uit Indië hebben? De éénige wijze, de éénige mogelijkheid om het productief vermogen en dus ook het belastingvermogen van Indië te vcrhoogen, zyn de spoorwegen en het geven van subsidien ter bevordering van meerdere gemeenschap in de buitenbezittingen door stoomschepen. Gisteren zeide een lid dat Nederlandsche spoorwegen slechts 11,4 % geven, maar ik beweer dat onze spoorwegen de eerste, zoo niet de eenige oorzaak zyn geweest van de meerdere productiviteit onzer belastingen in den laatsten tijd.

Maar bovendien geven de Indische spoorwegen direct voordeel. De Indische spoorwegmaatschappij — het is algemeen bekend — hééft duur geld moeten leenen, en toch wordt al sedert drie jaren van de rentegarantie geen gebruik meer gemaakt, en is men reeds bezig aan het Gouvernement de gedane voorschotten af te betalen. De heer Maarschalk, die den spoorweg Soerabaija—Malang heeft gebouwd en wel kan oordeelen over de productiviteit van spoorwegen, heeft zelf gezegd, dat die lijn en die naar Madioen en Kediri 5, 6 en meer procenten zullen opleveren.

Weigering van dè gelden, voor deze spoorwegen aangevraagd, zou ik ongaarne zien. De heer van Nispen wist niet, dat wy in 1875 reeds met onze finantien zoover ten achteren waren. Dat is verwonderlijk, want in datzelfde zittingjaar werd het, by de behandeling der Staatsbegrooting, door al de heeren van den overkant geconstateerd; het was reeds in 1872 en 1873 voorspeld, en in 1875 zou men het niet geweten hebben! En toch hebben toen diezelfde leden de lijn Amersfoort—Nijmegen, een vierden weg van de hoofdstad naar Duitschland gevoteerd, en nu zou men het eenige middel om Java productief te maken, weigeren, omdat er geen geld is!

Maar te gelijker tyd verzoek ik den Minister na te denken over eene regeüng die reeds vroeger gewenscht was, en die nu, blijkens de discoursen der heeren van de overzijde, kans van slagen heeft.

Het verband het opleggen van nieuwe belastingen en den aanleg van spoorwegen — een verband door den heer Heydenrjjck vooropgezet — zie ik niet in. Wel zou dit verband bestaan, wanneer er nog sprake was van het voorstel van den vorigen Minister van Koloniën om eene leening te sluiten, zoodat er voor rente en aflossing dier leening gezorgd moest worden, maar nu er op dit oogenblik alleen sprake van is om aanwezige gelden te

Sluiten