Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruiken voor spoorwegaanleg, nu zie ik het verband tusschen die spoorwegen en eene nieuwe belastingheffing niet in.

De Minister van Koloni&i repliceerde (Handelingen II bl. 715), na den afgevaardige van Amelo, Mr. J. R. Corver Hooft, een kort bescheid te hebben gegeven:

De heer Bredius is teruggekomen op de exploitatie van de aan te leggen spoorwegen en heeft my' dienaangaande eene verklaring gevraagd. Ik heb toch dezen morgen uitdrukkelijk gezegd, dat het mijn voornemen is, om hoegenaamd niets te doen ten opzigte van den aanleg dier spoorwegen, waardoor het vry'e gevoelen van de Tweede Kamer in het allerminst aan banden zou worden gelegd. Mij dunkt dat daarin van zelf ligt opgesloten, dat bn' aanleg door de Regering, niets gepraejudiceerd zal worden ten opzigte van de exploitatie door den Staat of door particulieren. Wat de zorg betreft van den geachten spreker, dat in den aanvang niet genoegzaam op de belangen van de exploitatie zou worden gelet by' aanleg dooiden Staat, moet ik den geachten spreker doen opmerken, dat de staatsspoorweg in het oosten van Java binnen vijf dagen in exploitatie zal zyn, en dat men dus van zelf zal hebben ingenieurs en een personeel in staat om op de belangen van de exploitatie te letten. Dat zelfde personeel zal gebruikt worden voor den verderen aanleg. Dus zal het zyn een personeel dat op dat terrein ondervinding heeft. Ik geloof dat de geachte spreker in hetgeen ik nu gezegd heb het bewy's zal vinden, dat tusschen hem en my' op dit punt hoegenaamd geen verschil van gevoelen bestaat.

De heer Heydenry'ck is ook teruggekomen op eene vraag aan my gedaan. Hy heeft met ronde woorden gezegd, dat wanneer ik op die vraag voldoende kon antwoorden, de stem, die hy voor dit wetsontwerp zal uitbrengen, welligt eene gunstige zou zijn. Ik moet erkennen dat ik eenigzins huiverig ben om als het ware, door een toestemmend antwoord op die vraag te geven, den schy'n op te wakken alsof er eene afspraak tusschen my' en den geachten spreker zou worden gemaakt.

Dit alleen kan ik den geachten spreker ten stelligste verzekeren, dat het myn ernstige wensch is dat deze belasting in Indië ingevoerd worde, zelfs zoo ernstig, dat, mogt onverhoopt door eene vereeniging van minderheden thans een ongunstig oordeel over dit voorstel worden uitgebragt, het mijn bepaald voornemen zou wezen om by' de eerstvolgende begrooting op die zaak terug te komen. Want niet alleen nu er spoorwegen op Java zullen aangelegd worden, maar ook uit een ander oogpunt komt het my' voor dat versterking van de Indische middelen volstrekt noodzakelijk is. Mogt, door welke omstandigheid ook, de aanleg van Staatsspoorwegen in Indië onmogelijk gemaakt worden, dan zou ik het intusschen onstaatkundig achten om toch die belasting in te voeren. Maar uit

Sluiten