Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijn rendeerde aanvankelijk niet, en bragt ter naauwernood hare exploitatiekosten op.

Toen nu in 1860 werd overgegaan tot aanleg van Staatsspoorwegen, nadat reeds in geschrifte in 1859 er op gewezen was, dat dit eindje Rosendaal—Breda een deel uitmakte van de lijn Vlissingen—Venlo, werd bij dien aanleg op dat bestaande eindje spoör, dat in handen eener particuliere maatschappij was, niet gelet. Men bouwde Staatsspoorweglijnen aanvankelijk van Breda naar Tilburg en van Rosendaal naar Bergen op Zoom; toen eenerzijds naar Boxtel, Utrecht, Venlo, anderzijds naar Goes en Vlissingen.

Dat slechte eind Rosendaal—Breda werd al beter en beter en men gaf millioenen uit voor de havenwerken van Vlissingen.

Toen bemerkte men op eens, dat de groote- havenwerken van Vlissingen niet konden verbonden worden met Duitschland, zonder dat men afhankelijk was van eene vreemde maatschappij, die met 20 kilometer spoorweglijn tusschen de onze inlag. Nu wenschte men dat lijntje te onteigenen en toen haar in 1873 een voorstel werd gedaan, eischte die maatschappij, die trouwens in haar regt was, anderhalven ton per kilometer, zeker het dubbele van de kosten van aanleg, terwijl de Regering in 1860 waarschijnlijk dat toe-niets renderende lijntje voor weinig geld had kunnen koopen.

Nu komt het mjj voor, dat wij met de lijn Batavia—Buitenzorg volkomen op weg zijn om hetzelfde te doen. Ik moet aan de Vergadering voorlezen, wat de vorige Minister van Koloniën, de heer Alting Mees, bij het wetsontwerp tot goedkeuring der overeenkomst met de NederlandschIndische Spoorwegmaatschappij heeft gezegd op pag. 2 en 3 der Memorie van Toelichting:

„„Het belang, dat de Staat heeft bn' de overneming der lijn Batavia— „Buitenzorg, is in de straks uit het Koloniaal Verslag van 1876 aange,,gehaalde woorden reeds korteln'k aangetoond. De opnemingen voor een „spoorweg naar de Preanger regentschappen, waarvoor het eerst bij „de meergenoemde wet van 6 April 1875 gelden werden toegestaan, zijn „volbragt, en met den aanleg van zoodanigen spoorweg zal waarschijnlijk „spoedig een aanvang kunnen worden gemaakt. Alle materialen, die daardoor vereischt worden, zullen langs de lijn Batavia—Buitenzorg moeten „worden aangevoerd, en wanneer daarvoor de gewone tariefsprn'zen moesZen betaald worden, zouden de kosten van aanleg van de Preanger berg„ln'n zeer aanzienlijk worden. De Staat behoort dus, ten einde de aanleg,,kosten van den Preanger spoorweg zooveel mogelijk te beperken, zich „thans den eigendom te verzekeren van de lijn Batavia—Buitenzorg.

„Dit komt vooral ook noodig voor met het oog op de latere exploitatie „van den aan te leggen spoorweg. En bovendien moet de Staat op het bezit „der ln'n Batavia—Buitenzorg prijs stellen met het oog op de uitvoering „der Bataviasche havenwerken, waarvoor de aanvoer van eene zeer aan-

Sluiten