Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal het zich ook wel herinneren, ik herinner mij eens een duidelijk en afdoend betoog te hebben gelezen van de millioenen schats, die toen reeds de Staatsspoorwegen hier te lande hadden gekost, meer dan hetgeen zy zouden gekost hebben bij concessie met subsidie, zoo als oorspronkelijk was voorgesteld. Men spreekt van indirecte voordeelen, die de geringe rente onzer Staatsspoorwegen zouden vergoeden. Ik ben er verre af die indirecte voordeden te ontkennen; maar die zullen toch wel dezelfde bly'ven, op welke wijze de spoorwegen ook mogen zyn aangelegd, hetzij van Staatswege of by concessie.

Ik zal er niets meer van zeggen, want het zoy volkomen nutteloos zyn. Ik weet, dat zoo als de zaken nu staan, wanneer ik spoorwegen voor Indië wil, ik my aan Staatsaanleg moet onderwerpen; te meer omdat ik ook de verdediging van de contracten met de Indische Spoorwegmaatschappij gesloten niet op my' zou willen nemen. En daarom zeg ik, al is het met leedwezen: het zy zoo, aanleg van Staatswege.

Over Staatsexploitatie zal ik thans niet spreken. „„Die quaestie blijft „ongeprajeudicieerd"" zegt de Minister. Dat ik ook myne meening. Maar ik voeg er by', te hopen en te vertrouwen, dat de Regering haar niet zal praejudicieren door niets te doen tot dat het oogenblik van exploitatie zal zyn aangebroken en er dan niets anders overblijft dan exploitatie door den Staat.

Over de keuze en de rigting van de voorgestelde lijnen zal ik niét spreken; ik ben niet genoeg deskundige noch met de plaatselijke omstandigheden en bezwaren bekend, om daarover een zelfstandig oordeel te durven uitspreken; en leg my dus te dien opzigte neder by' hetgeen door den Minister in dit wetsontwerp, zeker op raad van zy'ne deskundige adviseurs, is voorgesteld.

Nu kom ik tot de belangrijke vraag, waaruit de kosten van de spoorwegen op Java zullen betaald worden? Zullen ze betaald worden uit dat •onderdeel der algemeene Ry'kskas, dat als bestaande uit inkomsten uit Indische bronnen, onder beheer en ter beschikking staat van den Minister van Koloniën? Ook dan wanneer de Indische bijdragen daardoor zouden kunnen worden aangetast? Of zullen zy' betaald worden uit de opbrengst van geldlêéningen door den Staat gesloten, welke opbrengst gevloeid is in dat onderdeel der algemeene Rijkskas, dat onder beheer en ter beschikking staat van den Minister van Finantiën? Maar dat dan overgeschreven zou moeten worden op dat andere onderdeel der algemeene Rijkskas, dat staat onder beheer van den Minister van Koloniën?

Ik antwoord met den Minister van Koloniën: het is my tamelijk onverschillig.

In de zitting der Tweede Kamer van den 14den Mei 1.1. (By'blad blz. 774 a), zeide de Minister zeer te regt: „„Wanneer men in onzen te„genwoordigen toestand by' voorbeeld vijf millioen voor die werken ging „leenen, dan zou dat niets meer dan een boekpost zijn; de Minister van

Sluiten