Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En het gold hier geen geringe som. Het aanzienlijke kapitaal, dat Engeland verschafte, beliep, naar ik meen, 95 millioen ponden sterling, of omstreeks ƒ 1100.000.000.

En wat heeft men nu gezien? Dat na zoo groote offers, na eene proef op zoo groote schaal, de Engelsche Regering in 1869 geheel van gevoelen veranderde, en besloot tot den aanleg van spoorwegen van Rijkswege. Men heeft toen een ontwerp tot aanleg van spoorwegen door den Staat aangenomen, dat 3000 Engelsche mijlen, dat is 1000 uren gaans, omvatte, en bedriegt mijn geheugen mij niet, dan was in het begin van het vorige jaar 1/s daarvan voltooid.

Die terugkeer op zoo groote schaal bn' eene Regering, die in den regel op finantieel gebied bekend staat als wel wetende wat zn' doet, is eene geruststelling voor den geachten afgevaardigde uit Zuidholland, waar hy aan zn'ne meening een offer moest brengen. Ik maak van zulke offers geen verwijt, maar ik verheug mij daarover te meer, wanneer zij gedaan worden door iemand, wiens zienswijze op mij steeds indruk maakte. Elk offer van meening, zelfs gegrond op eene wijziging van overtuiging, acht ik iets edels: het is een zegepraal op de eigenliefde".

De heer Duymaer van Twist repliceerde (Handelingen I bl. 180): „Ik zal niet treden in eene breedvoerige behandeling van de vraag door den geachten vorigen spreker besproken omtrent den aanleg van spoorwegen in Britsch Indië."

Het is gebleken — zegt die geachte afgevaardigde — dat aanleg bij concessie met garantie niet heeft voldaan, en dat men daarvan is teruggekomen. Dat feit was mij bekend; maar daarmede is nog niet uitgemaakt dat het verlaten beginsel verkeerd was. Om dat te kunnen beoordeelen zou men de voorwaarden moeten kennen en bestuderen, welke de Engelsche regering heeft gesteld bij het verleenen der concessien. Welligt was het verlaten beginsel verkeerd toegepast. Ik laat dit alles daar, maar wijs op één feit. Op Java zijn wij gelukkiger geweest. Wel is waar heeft de eerste aanleg van spoorwegen aldaar, bn' concessie, met eenige moeijelijkheden te kampen gehad, wat inderdaad niet te verwonderen is; maar bij slot van rekening is die zaak toch vrij wel geslaagd. De spoorwegen hebben den Staat weinig gekost, en de aandeelen staan, naar ik meen, thans 103 pet."

De heer L. Pincoffs merkte op (Handelingen I bl. 180): „Mijnheer de Voorzitter! Ik wensch met een kort woord de stem te motiveren, die ik over dit wetsontwerp zal uitbrengen. Met het oog op het debat dat ons nog in den loop dezer zitting wacht, wensch ik rekenschap te geven waarom ik vóór dit wetsontwerp zal stemmen.

Na hetgeen door den heer Duymaer van Twist is gezegd, kan ik kort

zijn.

Sluiten