Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij voegt eene zekere raming, zooals in de laatste jaren gebruikelijk was, van hetgeen uit eene der beide afdeelingen zou kunnen overschieten op de dienst en hetgeen ten algemeenen nutte zou kunnen worden aangewend, dan zal men altoos nader te beslissen hebben over het eventueel batig slot, óf van de Indische, óf van de Nederlandsche begrooting, dat na afsluiting van de dienst zal blijken te bestaan. Vooral te dien aanzien meen ik te moeten verklaren, dat ik volkomen eenstemmig denk met den geachten afgevaardigde uit Zuidholland, den heer Duymaer van Twist. •Ik meen, dat er nooit en onder geen voorwaarde sprake van mag zijn om zoodanig batig slot te stellen ter beschikking van zeker wetgevend ligchaam, dat men in Indië zou oprigten. Zoo als de zaken nu staan, twijfel ik er toch geen oogenblik aan, of zulk een batig slot zou dan niet ten behoeve van de inlandsche bevolking worden aangewend. Ik ben het dus volkomen eens met den geachten spreker, dat geen ander ligchaam dan de Nederlandsche Wetgevende Magt daarover zal mogen beschikken; dit is de beste waarborg voor de belangen van de inlandsche bevolking, welke ons hier toch ook in de eerste plaats, ter harte moeten gaan.

Ik eindig met de verklaring, dat ik het ook met den tweeden geachten afgevaardigde uit Zuidholland, den heer Pincoffs, eens ben, — hij kan daarvoor het bewijs vinden in de voordragt der Regering — dat het zaak is om de belastingen in Indië te versterken en het Europesche deel der bevolking op Java daarin een ruimer aandeel te doen dragen dan tot nog toe gebruikelijk was".

Hierna werd de beraadslaging gesloten, waarna het wetsontwerp tot verhooging der begrooting van Nederlandsch-Indië voor het dienstjaar 1878, in stemming gebracht, met 24 tegen 9 stemmen werd aangenomen.

Voor stemden de heeren: Hein, Viruly, Geertsema, Borsius, Stork, Buchner, van Aylva van Pallandt, Smit, Huydecoper van Maarsseveen, de Raadt, van Eysinga, van Akerlaken, Dumbar, de Sitter, Pincoffs, van Rhemen van Rhemenshuizen, Blussé, van Vollenhoven, du Marchie van Voorthuysen, Duymaer van Twist, Schot, Teding van Berkhout, Prins en Pické.

Tegen stemden de heeren: Thooft, Vos de Wael, de Villers de Pité, Beerenbroek, van Sasse van Ysselt, Smitz, Hengst, van Rijckevorsel en de Voorzitter (de Vos van Steenwijk).

Sluiten