Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is nu een deel der lyn Madioen—Soerakarta by'v. gereed, dan zal een ander deel op een ander jaar voorkomen. Maar in allen gevalle vergete men niet dat wy' hier niet te doen hebben met eene uitgave die alleen op een jaar betrekking heeft, maar wy staan hier voor den eersten schakel van uitgaven die millioen (en) bedragen zal en nog wèl eenige jaren de begrooting zal bezwaren. Wanneer wy' dat bedenken is, geloof ik, wel eenige voorzigtigheid raadzaam.

Wanneer wy onzen blik wenden op financieel terrein, dan zien wy; tekorten in Nederland, tekorten in Indië. Vermeerdering van uitgaven in Nederland, vermeerdering van uitgaven in Indië. Nieuwe belasting in in Indië, nieuwe belasting in Nederland. Nieuwe belastingen in Nederland die wy' uitgeschreven hebben twee jaren geleden, nieuwe belastingen in Nederland die weldra onze aandacht tot zich zullen roepen.

Wy' hebben twee jaren geleden voor Nederland geleend. Het tijdstip zal niet ver af zyn waarop wy' dit wederom zullen moeten doen. Wy' hebben in het vooruitzigt leeningen, die zullen moeten dienen ter bestrijding van uitgaven die op de Indische begrootingen staan, en ter voltooy'ing van werken, die binnen korten ty'd, hetzij in Indië hetzjj hier te lande, aangelegd moeten worden.

In die omstandigheden kan ik er niet toe medewerken om een dergelijk nieuw werk te ondernemen, tenzij het verschijnsel zich mogt voordoen dat Indische bronnen de Nederlandsche schatkist zullen stijven.

Die bronnen zie ik echter voor het oogenblik niet.

Derhalve, Myne Heeren, meen ik te moeten bly'ven volharden by het afkeurend oordeel, dat ik daar straks reeds heb uitgesproken". .

De heer Mr. J. J. Teding van Berkhout merkte nog op (Handelingen II bl. 1090): „Ik wensch nog op een paar punten terug te komen.

De Minister heeft beweerd dat, waar ik bedenking had tegen den aanleg van een spoorweg door eene minder bewoonde streek, in de nabijheid van een goeden waterweg, ik had mogen en moeten daarop acht geven, dat dit ook in Nederland op te merken was. Ik kan dit niet zoo gaaf toegeven. Het voordeel dat de Minister daarin vindt, kan ik niet zien. De vraag blijft of daar, waar men een goeden waterweg heeft, op dit oogenblik, nu er aan andere publieke werken zulk eene groote behoefte bestaat, een spoorweg moet aangelegd worden.

Het blijkt nu meer en meer dat de Minister in het bijzonder eene verbinding van het westelijk met het oostelijk gedeelte van Java op het oog heeft. Welligt zullen wy' binnen een niet ver verwijderd ty'dstip geroepen worden te oordeelen over het toestaan van gelden voor een spoorweg van Tjilatjap naar Soerakarta.

By deze gelegenheid wensch ik daarom tevens een woord over dien spoorweg te zeggen. Deze lyn zal, mijns inziens, zeer kostbaar zyn, en

9

Sluiten