Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele groote werken vorderen voor het overbrengen van den spoorweg over groote en kleine rivieren.

Het geld voor de lijn, nu in bespreking, benoodigd, die loopt door eene onbevolkte streek, waar men geen centra heeft van ny verheidsondernemingen, tenzij in de nabijheid van Soerakarta, zou veel beter besteed zijn aan andere werken, bijv. irrigatiewerken. De Minister zegt wel dat daaraan reeds veel gegeven wordt, maar zeker niet genoeg met het oog op de vele en algemeene belangen die daarbij betrokken zijn voor de bevolking van Java. En daarenboven zyn er vele aanzienlijke werken noodig om de irrigatie-werken mogelijk te maken en te bevorderen.

Ik zou dus wenschen dat men den aanleg van deze lyn nog uitstelde om het geld liever te besteden aan werken van meer dringenden aard. Ik zal op de aangevoerde gronden tegen het wetsontwerp stemmen".

De heer C. A. baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky (Handelingen II bl. 1090): „De vorige geachte afgevaardigde heeft reeds de bezwaren ontwikkeld die ik tegen dit wetsontwerp wilde inbrengen.

Ook ik heb het tracé naauwkeurig nagegaan en bevonden dat die streek weinig bevolkt is. Mogt ik my daarin vergissen, dan zal ik gaarne door den Minister te regt gezet worden, maar zoo niet, dan ben ik tegen aanleg van deze lyn".

De heer Mr. J. van Gennep sprak nog (Handelingen II bl. 1090):

„Ik wensch met een een enkel woord op te komen tegen de volgehouden financiële bezwaren van den heer Corver Hooft tegen dit wetsontwerp.

Ik heb — ik zeg niet met verwondering — maar met leedwezen gehoord, hoe by deze gelegenheid de financiële bezwaren weder met zooveel kracht op den voorgrond worden gesteld. Men beroemt zich hier gaarne op de eenheid van financiën tusschen Nederland en Indië die volstrekt geene aanleiding geeft om voor Nederland en Indië met twee maten te meten, maar als men nu voor Indië een lijntje aanvraagt, dat reeds voor twee jaren aan de orde was, en waarvan toen gezegd werd, vraag het niet aan by de begrooting, maar by een afzonderlijk wetje en het zal zeker toegestaan worden — men kan dit lezen in het Verslag over de Indische begrooting voor 1879 — dan heeft men ernstige financiële bezwaren. Eene vergelijking zal dus hier niet misplaatst wezen. De Minister vraagt voor de Indische begrooting van 1800 eene verhooging van het eerste hoofdstuk met ƒ 130.000 en van het tweede hoofdstuk met ƒ 560.000, te zamen uitmakende de kolossale som van ƒ 690.000, ten behoeve van een spoorweg Madioen—Soerakarta, zijnde het gedeelte van de oorspronkelijk ontworpen lyn Sidoardjo—Madioen—Soerakarta, dat vroeger buiten beslissing werd gehouden, in verband met eene overeenkomst met de Indische spoorwegmaatschappij, die sedert verworpen is.

Sluiten