Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegen in Indië; maar de spreker uit Rotterdam le) heeft reeds herinnerd, dat deze lijn reeds was opgenomen in de begrooting van 1878, doch het voorstel is achtergebleven om politieke en andere omstandigheden. De stukken waren gereed toen ik aan het bestuur kwam. Ik ben het eens met den geachten spreker, dat het zaak is in Indië (maar hier ook) met voorzigtigheid te werk te gaan en langzamerhand te voldoen aan de behoefte aan spoorwegen. Dat dit een afloopend werk is, waarbij men, door er elk jaar eene zekere som aan te besteden, langzamerhand zeer ver komt, daarvan is ons vaderland sedert 1860 het beste bewijs.

Herhaaldelijk is gezegd dat de streek, waardoor de spoorweg zal loopen, eene onbewoonde streek is. Kennisneming van de stukken die aan de Kamer zijn overgelegd, schenkt de overtuiging, dat het eene zeer bewoonde streek is, dat er talrijke ondernemingen bestaan, dat er eene groote productie is. Er mogen enkele djattiebosschen, zijn, waar de spoorweg door zal gaan, maar in het algemeen is de streek van Madioen naar Solo bekend als eene der meest bevolkte op Java. Geen wonder dat de Nederlandsch-Indische spoorwegmaatschappij in der tijd er het grootste gewigt aan hechtte, dat haar deze lijn zou worden geconcedeerd en dat de Indische autoriteiten, met den spoorwegaanleg belast, juist deze lijn voor den Staat wilden behouden.

Er is dus bij de aanwezige gegevens alle reden om te verwachten, dat het kapitaal aan den aanleg van deze lijn te besteden, op eene rentegevende wijze belegd zal zijn".

Hierna werd de algemeene beraadslaging gesloten, waarna het eenig artikel en de Beweegredenen achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming werden goedgekeurd.

Het wetsontwerp lot verhooging der Indische begrooting voor 1880 ten behoeve van den aanleg van een spoorweg tusschen Madioen en Soerakarta werd vervolgens met 50 tegen 8 stemmen goedgekeurd.

Tegen stemden de heeren de Casembroot, Teding van Berkhout, Corver Hooft, de Bieberstein, Lambrechts, Bastert, Schimmelpenninck en Wintgens.

Nadat de Commissie van Rapporteurs in de Eerste Kamer den 21 Mei 1880 haar kort Eindverslag ingediend had, werd het wetsontwerp den 24en Mei 1880 zonder beraadslaging met algemeene stemmen aangenomen (Handelingen 1879—80. I. bl. 225). Den 25sten Mei verscheen de wet in het Nederlandsche Staatsblad (Ind. Staatsblad 1880 No. 138).

In de pers had men weinig notitie, van de totstandkoming van dezen schakel in de verbinding Soerabaja—Semarang genomen. Alleen in de(n) le) Mr. J. van Gennep.

Sluiten