Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ging behoeft van den aanleg van een stoomtram niet terug te houden, „daar weinig productenvervoer op het ontworpen lijntje te wachten is. „Immers voor een zoo kleinen afstand als die van den voet van het Tenggor-gebergte tot de afscheepplaats Probolinggo is het niet de moeite „waard de koffie op den spoorweg over te laden.

„Aan het denkbeeld om een stoomtram aan te leggen werd daarom „vooral gewicht gehecht, omdat men hier te doen heeft met de eerste ln'n, „die in de kategorie van stoomtrammen van Staatswege valt".

De Minister van Koloniën antwoordde hierop dd. 5 December 1881 (Handelingen I bl. 38):

„Het kan niet. worden toegegeven dat de ln'n Pasoeroean—Probolinggo voor den aanleg van een stoomtram in plaats van een spoorweg „in aanmerking komt. In de uitvoerige toelichting van het ontwerp, die „met de overige stukken betreffende déze ln'n bn' de Memorie van Toelichting is gevoegd, wordt het bewijs geleverd dat het in alle opzichten aanbeveling verdient op dit traject een spoorweg aan te leggen. Waar men „kan berekenen dat de spoorwegln'n op den duur ruimschoots de renten „van het aanlegkapitaal zal opbrengen en dat een levendig personen- en „goederenvervoer te wachten is, gaat het niet aan de voorkeur te geven „aan een stoomtram, die wel het voordeel oplevert, dat elk oogenblik kan „worden stilgehouden, maar daarentegen voor het vervoer, zoo als het „zich op dat traject, althans in de laatste jaren, ontwikkeld heeft, onvoldoende zou zn'n. Op dezelfde gronden als in het Voorloopig Verslag zou „kunnen worden gevraagd waarom ook de ln'n van Soerabaija naar Pa„soeróean niet door een stoomtram wordt bereden".

In de zitting der Eerste Kamer van 8 December 1889 sprak de heer I. D. Fransen van de Putte Handelingen I bl. 66): „Ik wil naar aanleiding van de gewisselde stukken voor een bijzonder punt een oogenblik de aandacht der Kamer vragen, ten einde het niet te doen verdrinken in de algemeene beraadslaging.

In het Voorloopig Verslag was gevraagd, of het niet beter zou zn'n om in Probolinggo, in stede van een spoorweg, een goedkooper tramweg aan te leggen? De Minister heeft daarop geantwoord en geeft niet toe en eindigt met te vragen: waarom dan ook de ln'n Soerabaija—Pasoeroean niet door een stoomtram zou worden bereden?

Het is hier het eerste besluit, dat de Kamer op dezen weg heeft te nemen. Daar zn'n tweeërlei ijzeren wegen op Java te leggen, dat zyn ten eerste die, welke het strand verlaten, moeten klimmen én natuurlijk spoorwegen moeten zn'n en geen trammen, en ten tweede zij die in het noorden, langs het strand, de groote heerbanen volgen. Van de tweede soort is hier sprake. In de eerste plaats spreek ik pertinent tegen, dat het vervoer van personen of goederen in de verste verte in vergelijking kan komen

Sluiten