Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eind zien, als wanneer men eenvoudig blijft bh' het voornemen indertijd by' den eersten aanleg van Staatsspoorwegen uiteen gezet. Ik geloof dat hierin wel eenigzins een principieel bezwaar is gelegen tegen de aanbeveling van den geachten spreker uit Overijssel 2c) om alsnog te laten onderzoeken of een stoomtram niet voldoende zou zn'n. Maar bovendien, de geachte afgevaardigde uit Zuidholland heeft doen uitkomen, dat het verkeer op de ln'n, die thans geprojecteerd is, niet van dien aard zal zijn, om den aanleg van een spoorweg te regtvaardigen. Ter beoordeeling daarvan moet de Minister uit den aard der zaak afgaan op de inlichtingen die hem uit Indië worden verstrekt. Nu zn'n behalve de aanteekeningert in de Memorie van Toelichting, aan de Kamer opgaven overgelegd omtrent het verkeer, dat op dien weg te wachten is, die met de bewering van den geachten afgevaardigde geheel in strijd zn'n. In de overgelegde stukken wordt op bepaalde gronden beweerd, dat een zeer aanzienlijk goederen vervoer is te wachten vooral van suiker en koffie naar Pasoeroean en vart tabak naar Soerabaija.

Er worden op die ln'n, zoo als de Kamer uit de stukken heeft kunnen zien, vijf halten geprojecteerd, die juist liggen op plaatsen van waar het locaal verkeer thans het levendigst is. Op grond van de inlichtingen, die niet losweg zyn gegeven, komt het my voor, dat het aanbeveling verdient om dezen kleinen schakel te voegen by' het spoorwegnet, dat thans nog in wording is, en dat er, nu de zaak in Indië zoo goed is onderzocht, geen reden kan zyn om op dat onderzoek nog eens terug te komen en een nieuw in te stellen. De geachte spreker uit Zuidholland meent, dat de vergelijking van de Memorie van Beantwoording, tusschen den spoorweg van Pasoeroean—Probolinggo en dien van Pasoeroean—Soerabaya niet opgaat wegens de verbinding van den laatsten met dien van Sidhoardjo naar Malang en dat, indien men een stoomtram van Pasoeroean—Soerabaya aangelegd had, overlading te Sidhoardjo zou moeten plaats hebben. De geachte spreker zal het wel eens met my' zyn, dat by den aanleg van stoomtrams, een aanleg, die ik hoop dat eene groote vlugt zal nemen, een der allereerste bepalingen zal moeten zyn, dat de wagens van den tram ook op de lynen van den spoorweg zullen moeten kunnen loopen.

De geachte afgevaardigde uit Overijssel heeft herinnerd, dat dit weer een nieuw werk is, dat hier incidenteel op de begrooting gebragt is, Ik erken dat als beginsel is aangenomen dat de aanleg van spoorwegen steeds afzonderlijk aan het oordeel der wetgevende magt moet onderworpen worden. Ik heb echter gemeend om ten behoeve van deze kleine lyn eene uitzondering te mogen maken, vooral omdat de oppositie tegen die lyn by' afzonderlijk wetsontwerp, zeker niet groot zou geweest zijn".

Nadat de beraadslaging gesloten was, werd de Indische Begrooting (uitgaven in Nederland) met 19 tegen 4 stemmen aangenomen.

2c) Mr. A. van Naamen van Eemnes.

Sluiten