Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen stemden de heeren Schimmelpenninck van der Oye, Cremers, van Limburg Stirum en van Naamen van Eemnes.

Onderwijl was bn' G. B. van 6 November 1880 No. 22 op verzoek eervol ontslag verleend aan den heer Maarschalk, nadat deze eenige dagen te voren (3 November 1880 No. 5969) het voorontwerp voor den spoorweg Djocdja—Tjilatjap nog had ingediend. By besluit van den 15 November d.a.v. No. 19 werd de hoofdingenieur H. G. Derx aangewezen als opvolger. Het met kracht door den heer Maarschalk ingeleide aanleg- en opnamewerk, werd door den heer Derx 8) op zeer energieke wy'ze doorgezet. De omstandigheden waren hem echter niet gunstig, het chronische geldgebrek in Indië, waarvan hier boven reeds sprake was, werkte buitengewoon remmend en demoraliseerend.

Toch kwam in de te volgen spoorwegpolitiek, welke tot nu toe vry'wel stuurloos was geweest, eenige teekening, doordat de Gouverneur-Generaal F. 's Jacob eind 1881 besliste, — zie missive le G. S. van 20 December 1881 No. 2348 —, dat onder voorbehoud van goedkeuring door den Koning als beginsel moest worden aangenomen, dat alleen de volgende lynen voor staatsrekening gebouwd zouden worden, welke lynen dan met de lyn Solo—Djokja van de N. I. S. M. de doorgaande stamly'n zouden vormen:

Buitenzorg—Preanger—Tjilatjap;

Tjilatjap—Poerworedjo—Magelang—Willem I en Magelang— Djokja, 4)

Solo—Soerabaia met zy'tak Kertosono—Blitar en Pasoeroean—Probolinggo verlengd over Loemadjang—Djember— Bondowoso naar Kapongan (by Panaroekan).

3) De~heer Henri George Derx was den 3 Juni 1842 te Sint George d'Elmina geboren, waar zijn vader Gouverneur der Nederlandsche Bezittingen ter kuste van Guinea was. In 1861 werd hij genieofficier na de studie aan de Koninklijke Militaire Academie volbracht te hebben. Reeds drie jaar later nam hij, na in Indië gekomen te zijn, ontslag uit den militairen dienst en werkte tot 1872 bij den aanleg der lijn SIV, eerst als adjunct- daarna als sectieingenieur. In 1875 werd hij door den heer Maarschalk als sectieingenieur bij de S. S. in dienst genomen, in 1877 volgde eene benoeming tot hoofdingenieur. Wegens zijne groote verdiensten bij den aanleg van de lijn Soerabaia—Malang—Pasoeroean werd hem het ridderkruis van den Nederlandschen Leev.w toegekend. Bij G. B. van 15 November 1880 No. 19, werd hij benoemd tot Inspecteur-Generaal Chef van den Dienst der S. S., welke betrekking hij tot December 1889 vervulde. Op dien datum werd hem. een tweejarig verlof wegens ziekte naar Europa toegekend. Tengevolge van een operatie overleed de heer Derx in Januari 1890 in Heidelberg. (Zie de(n) Ingenieur 1890 No. 7 bl. 62).

De heer Derx werd opgevolgd door den heer J. K. Kempees.

4) Aangezien de lijn Magelang—Djokja voorloopig buiten beschouwing bleef, werd van uit Indië in 1882 aangedrongen op de volledige uitvoering van het in 1881 ingediende voorontwerp Djokja—Tjilatjap (zie Indische Spoorwegpolitiek deel V Hoofdstuk I § 1) Zie over de M. G. S. van 20 December 1881 No. 2348 nog deel VII Hoofdstuk I § 2 noot 4.

Sluiten