Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Indische Regeéring was even te voren — dépêche van 9 Mei 1883 Lett. A. 3 No. 3. 24|982 — reeds medegedeeld, dat bp de begrooting voor 1884 geen gelden zouden worden uitgetrokken voor nieuwe spoorwegen en dat te beginnen met 1885 tot geleidelijke voortzetting van den spoorwegbouw, na afwerking der onderhanden zijnde lijnen, slechts een bedrag van ƒ 3.000.000.— kon worden aangevraagd. Zulks met het oog op den stand der Indische finantiën, en niettegenstaande de Minister van Bloemen Waanders een groot voorstander van Staatsspoorwegen op Java was. Bij G. B. van 15 Juni 1883 No. 50 werd daarop gelast, voorstellen in te dienen tot inkrimping van het aanlegpersoneel.

Zelfs de gelden voor den bouw van een havenspoor te Soerabaia naar den Oedjoeng waren toen van de begrooting voor 1883 afgevoerd. 8)

Pas in 1884 kwam weder eene kentering in de denkbeelden omtrent staatsaanleg. Deze zal in een afzonderlijk hoofdstuk bespreking vinden, evenals de reden, welke daartoe aanleiding gaf.

Alvorens — na behandeling van de mislukte aankooppogingen van de ln'n Batavia—Buitenzorg — van dit tijdvak afscheid te nemen, zij er op gewezen, dat de lynen, wier aanleg van Staatswege was gevoteerd, zonder veel gepraat in eigen exploitatie werden genomen.

8) Hoe noodig dat lijntje was, moge blijken uit de volgende notitie, voorkomende op bl. 129 van het Koloniaal Verslag over 1882.

„Eindelijk heeft eene opneming plaats gehad voor eene verbinding van het „station te Soerabaja met de monding der Kalimas en met de particuliere pakhuizen „langs die rivier, voor welke verbinding bij de Indische ontwerpbegrooting voor 1883 „de noodige fondsen worden aangevraagd. Het gevolg van deze verbinding zal zijn „dat de producten, voor .welker opschuring aan hjet station te Soerabaja weldra de ..noodige ruimte ontbreken zal, niet meer behoeven gelost te worden, maar zonder „overlading kunnen worden afgeleverd aan de afscheepplaatsen of in de pakhuizen „van den groothandel. De nieuwe lijn kan tevens benuttigd worden om te voorzien „in de behoefte aan eene kolenstapelplaats van voldoende uitgebreidheid en op behoorlijken afstand van het bewoonde centrum der stad gelegen, en om de met „scheepsgelegenheid aangevoerde en vertrekkende passagiers en goederen sneller van „den Oedjong naar het station en omgekeerd te vervoeren. De ontworpen lijn heeft „eene lengte van 7 K.M. en de kosten van aanleg, met inbegrip van die voor het „steenkolendepot, zijn geraamd op ƒ 650.000.—".

Het volgende jaar werden de benoodigde gelden wederom op de begrooting gebracht Onderwijl werden een tweetal aanvragen tot aanleg van het lijntje door particulieren in advies gehouden n.1. die van de Heeren V. C. Coster van Voorhout en van J. A. Thomas.

Bij de wet van 20 Juli 1884 Ind. Stbl. 110 werden de gelden toegestaan, nadat dé le Indische Begrooting in het najaar van 1883 in haar geheel afgestemd was geworden. Den len Januari 1886 werd de lijn voor het verkeer opengesteld.

In deel V Hoofdstuk II zal in de eerste twee paragrafen op den aanleg van dit ljjntje nader teruggekomen worden.

Sluiten