Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen echter het eerste stuk der Preangerly*n de voltooiing naderde en de eerste aansluitingsovereenkomst haar beslag gekregen had, moest de exploitatie van de particuliere lijn en het havenlijntje, wel nader onder de oogen gezien worden.

Naar aanleiding van den Indischen brief van 23 October 1880 No. 1932|6), waar in de by lagen gewezen werd op de moeilijkheden, welke te verwachten waren, wanneer de lyn Tandjong-Priok-r-Batavia voor het publiek verkeer zou worden geopend en de lijn Buitenzorg—Batavia een schakel zou vormen in de groote staatsly'n Tandjong-Priok 3a) naar de Preanger, noodigde de Minister van Koloniën den Raad van Beheer uit om voorstellen te doen ten einde zulks te voorkomen (brief 28 Januari 1881 Lett. A3 No. 1).

Reeds 3 dagen daarna antwoordden de heeren G. C. Daum en J. Groil by' schry'ven van 31 Januari 1881 No. 62. In dien brief, welke hieronder zal volgen, stelde de N. I. S. M. voor de lyn Batavia—Buitenzorg te verhuren en in exploitatie te geven. Een contract van yerhuur van de concessie werd overgelegd, een toelichtende nota was bijgevoegd (by'lage XIII) 4). In het exploiteeren van de havenly'n Tandjong-Priok—Batavia, voor het geval het verhuurcontract niet acceptabel geacht mocht worden, zag de Maatschappij geen finantieel voordeel.

Zooals uit de lezing van den brief bly'kt, welke ook wegens de absolute miskenning van de commercieele waarde van een havenly'n door particuliere spoorwegexploitanten merkwaardig is, kwam het verhuurcontract hierop neer, dat de Staat voor den duur der concessie de lyn Buitenzorg—Batavia zou huren tegen eene vaste jaarly'ksche uitkeering, alsmede eene wy'ziging in de terugbetaling der schuld welke nog alty'd op de lyn Semarang-Vorstenlanden drukte, met recht voor den Staat om ten allen tijde de huur door aankoop voor een bepaalde som te doen eindigen of de lyn zonder betaling in eigendom te nemen by' het eindigen der concessie.

Ruim 4 jaren bleef de heer Sprenger van Eijck aan het roer; in 1888 werd hij bij het optreden van het Ministerie-Mackaü door den heer Mr. L. W. G. Keuchenius opgevolgd, die 24 Februari 1890 plaats maakte voor den kabinetsformateur.

In het Ministerie- van Tienhoven (21 Aug. 1891 — 9 Mei 1894) werd Mr. W. K. baron van Dedem, Minister van Koloniën.

3a) Zie Indische Spoorwegpolitiek deel VI Hoofdstuk II § 1.

4) Deze onge,wone constructie: aanleg door particulieren, exploitatie door den Staat werd in 1904 principieel verdedigd door den heer J. Monod de Froideville, Chef van weg en werken der W.L. in de Aug. en Sept. afl. van bet Tijdschrift voor Nijverheid en Landbouw in N. I. (Exploitatie door den Staat van Spoorwegen aangelegd door particulieren) en bestreden door den heer M. Middelberg in de Januari aflevering 1905 van hetzelfde tijdschrift. (Zie ook deel V bijlage XXI).

Het is niet onmogelijk dat deze exploitatievorm op - Java nog eens werkelijkheid zal worden, ten minste zijn met de S. C. S. voorloopige onderhandelingen geopend om de lijnen van die Maatschappij door de S. S. in exploitatie te nemen.

Sluiten