Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zeker een spoorweg kan daarvan niet bestaan.

„Wij zien dan ook geen kans om een voorstel te doen, dat door de „Regering aannemelijk geacht kan worden, want als zoodanig durven wy' „niet beschouwen het denkbeeld dat by' ons opgekomen is, sedert tot Gouverneur-Generaal benoemd werd, iemand die spoorweg-exploitatie kent en „dus kan beoordeelen wat daarby' behoort en mag gedaan worden, het „denkbeeld namely'k om aan ons de exploitatie op te dragen voor onbepaal„den ty'd, zonder andere bepalingen dan dat de weg en wat daartoe behoort in orde zal zyn gebracht zooals voor de exploitatie noodig is en „dat de Regering zal vergoeden al wat de uitgaven verminderd met zeker „aantal percenten by'v. vy'f, de ontvangsten te boven gaan, maar ook omgekeerd, zal ontvangen al wat de inkomsten bedragen boven de uitgaven „verminderd met een gely'k getal van vy'f, zoodat de Maatschappij nooit „meer dan het bedoelde aantal percenten zal winnen of verliezen.

„Deze regeling zou echter een vertrouwen in ons vorderen te groot „om het te mogen verwachten, te groot om de regeling als voorstel aan te „bieden.

„Toch zou het ons aangenaam zyn mede te kunnen werken om het „belang van het spoorwegpubliek te bevorderen en zullen wij indien de „Regering eenige oplossing van het moeyelyke vraagstuk weet te geven, „die aannemen, mits bestaanbaar met de belangen die ons zyn toevertrouwd.

„Wy mogen echter niet nalaten er nogmaals op te wijzen dat al mogt „ook de laatstelijk door ons behandelde regeling mogelijk zyn, dat te „voorziene moey'elykheden slechts voor de helft worden voorkomen".

By' ontvangst van dezen brief liet de Minister zich voorlichten door den in einde 1880 gepensioneerden Inspecteur-Generaal der Staatsspoorwegen D. Maarschalk en den Directeur-Generaal der Hollandsche Staatsspoorwegen den heer F. 's Jacob. B) De adviseurs oordeelden er zeer ongunstig over. Het gevolg was dat het contract afgekeurd werd (25 Februari 1881 Lett. A. 3 No. 1), doch dat inplaats van 5 millioen gulden 1 millioen meer geboden werd in ruil van de overige in het contract bedongen voordeelen.

Het antwoord der N. I. S. M. van 28 Februari d.a.v. No. 94 luidde gunstig, de aangeboden voorwaarden werden geaccepteerd onder nadere goedkeuring door de aandeelhouders.

5) Over den heer 's Jacob, die even daarna (in April 1881) GouverneurGeneraal zou worden, als spoorwegexploitant, zie men het keurige portret door den heer Quack geteekend in zijn Herinneringen (bl. 99 e.v.). Zie ook Mr. J. H. Jonckers Nieboèr Geschiedenis der Nederlandsche spoorwegen bl. 125. (Uitg. Haarlem. Tjeenk Willink en Zn. 1907) en Quack in het tijdschrift Eigen Haard jaargang 1901 bl. 249.

Sluiten