Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wissels, de draaischijven, ook wat de kunstwerken betreft, wordt de toestand als zeer bevredigend aangegeven.

Twee zaken zn'n er waaromtrent later niet onaanzienlijke uitgaven zullen behooren gedaan te worden; zn' zijn: 1°. de stationsgebouwen, die voor een deel geheel en en al onvoldoende zn'n, en 2°. het rollend materieel.

Die uitgaven zn'n geraamd — ik heb de staten daarvan voor mn' —tot op een bedrag van vijf a zes ton, die in den loop des tijds zullen noodig zn'n. Maar dan ook nog zal deze overneming voor den Staat eene zeer voordeelige zaak zyn. Dit kan, dunkt my, het best bly'ken, wanneer men deze eenvoudige berekening maakt.

Door den Staat worden geene verneuwingsfondsen aangelegd voor de Staatsspoorwegen, en daarom zullen de winsten uit een spoorweg te behalen zoo moeten berekend worden, dat daaruit de kosten voor vernieuwing van den bovenbouw en het rollend materieel kunnen worden gevonden. Die kosten raamt de inspecteur-generaal der spoorwegen voor dezen weg, te zamen op ƒ 600 per kilometer en per jaar. De som, die dus jaarlijks dadely'k van de netto-opbrengst moet worden afgetrokken, bedraagt dus ƒ 35.040.

Nu is in 1880 de totale netto winst volgens het jaarverslag geweest ƒ 393.984, of wanneer men die ƒ 35.040 er aftrekt, ƒ 358.944. Deze som zou tegen eene rente van 4% percent, de opbrengst zyn van een kapitaal van ƒ 7.976.500 of tegen eene rente van 5 percent die van een kapitaal van ƒ 7.178.880. Er zou dus door den Staat 5 percent rente genoten worden, al bedroegen de kosten, die nader te maken zyn, eene som van ƒ 1.178.880 boven de ƒ 6.000.000 die de Staat voor de overneming betaalt. Dit is echter, zoo als reeds werd opgemerkt, volgens de naauwkeurigste opneming niet noodig.

Wat het financiële der zaak betreft, geloof ik dus inderdaad niet, dat gezegd kan worden, dat deze overneming voor den Staat nadeelig is.

Aangaande het landsbelang by de exploitatie in verband met de lyn naar Preanger, geloof ik te mogen zeggen, dat eene behoorlijk exploitatie onmogelijk is, tenzy de drie stukken spoorwegly'n: Tandjong-Priok—Batavia, Batavia—Buitenzorg en Buitenzorg—Preanger in één hand zyn. Met dat doel voor oogen geloof ik dan ook, dat aanneming van dit wetsontwerp allezins aan te bevelen is".

De heer Keuchenius (Handelingen bl. 50): „Van de beknoptheid, door den Minister in de stukken en altijd betracht, heeft hy op zeer aangename wy'ze gepoogd bij de toelichting van het wetsontwerp in zn'ne mondelinge voordragt terug te komen. Het heeft reeds dadely'k dit gevolg gehad, dat thans gebleken is, dat niet alleen eene som van 6 millioen met de overname van den spoorweg zou gemoeid zyn, maar nog bovendien terstond eene uitgave van ƒ 600.000 noodzakelijk wordt.

Sluiten